U bent hier

Reuzenroggen van de Noordzee: bijzondere beelden

17-11-2022|DOORARK Natuurontwikkeling

De vleet is een van de grote roofvissen uit de Noordzee. ARK werkt eraan om de Noordzee weer geschikt te maken voor deze jager. Maar wat zijn het voor vissen? Er is nog veel onbekend over de dieren en beelden van deze rodelijst-soort zijn zeer schaars. Deze zomer echter zijn zeebiologen van Queen's University in Belfast erin geslaagd de dieren met aas voor de camera te lokken. Omdat het Noordzeeteam van ARK dit onderzoek ondersteunt, mogen we een preview geven van hun video’s uit de wateren rond de Orkney eilanden in Schotland. Hier zetten deze ‘mantaroggen van de koude zee’ hun enorme eieren af.

“Wat ‘n gave beesten,” zegt Ernst Schrijver, veldmedewerker/marien ecoloog van ARK bij het monteren van het materiaal. “Ze trekken zich nergens wat van aan. Echte toppredatoren. Deze zijn denk ik één meter twintig van vin tot vin. En ze kunnen nog veel groter worden.”

Vleet is een platte, min of meer ruitvormige, bruinige kraakbeenvis met een flinke staart. Een vis die langzaam volwassen wordt, wel tachtig jaar kan leven, uiteindelijk drie meter in doorsnede uitgroeit, zich met beperkte aantallen voortplant, eieren afzet zo groot als een tasje van een zeemeermin (pak ‘m beet een A-4’tje) die er wel twee jaar over doen om uit te komen. Met hun bek aan de onderkant eten ze vis, schelp- en schaaldieren van de bodem.
Er komen twee soorten voor in de Noordzee, de Dipturus intermedius en Dipturus batis, die nog geen aparte naam hebben in het Nederlands. In het Engels heten ze flapper skate en common of blue skate

Aarzelend herstel

Vleten zijn van nature nieuwsgierig – en daardoor makkelijk te vangen. Dat leidde bijna tot hun uitsterven. De laatste vijftien jaar lijkt de vleet enigszins te herstellen in de Noordzee, al is dat alleen in het noordelijke deel. Dit blijkt uit deze maand gepubliceerd onderzoek: “Per survey vinden we nu ongeveer 1,7 vleten per gesamplede vierkante kilometer. Vijf jaar geleden was dat ongeveer één vleet per onderzochte vierkante kilometer, tien jaar geleden vonden we één vleet op ongeveer drie vierkante kilometer. Het is een grote verbetering in percentages, maar we hebben het nog steeds over zeer lage aantallen ten opzichte van wat historische bronnen vermelden,” zegt onderzoeker Roeland Bom van het Nederlands Instituut voor Onderzoek aan de Zee. Lees meer (Nederlands onder het Engelse bericht)

Het staat niet vast, maar is wel aannemelijk dat de noordelijk waargenomen vleten hun eieren afzetten langs de Schotse rotskusten waar bovenstaande beelden zijn gemaakt. Van daaruit kunnen de dieren uitzwermen. "Het is vierhonderd kilometer zwemmen van de plek waar ze nu gefilmd zijn naar het Nederlandse deel van de Doggersbank. Die afstand zullen ze pas overbruggen als ze voldoende eten vinden op de zeebodem," zegt Schrijver. Wellicht dat op termijn de basaltblokken aan het fundament van windmolens ook geschikt gemaakt kunnen worden als ‘rotsen’ om eieren af te zetten. 

Roofdieren horen bij gezond ecosysteem

Bij gezonde, rijke ecosystemen horen grote roofdieren. Ze houden de aantallen kleinere roofdieren in bedwang en hun aanwezigheid alleen al zorgt voor meer variatie in het landschap. Hun prooidieren worden bang en waaieren minder uit over hun leefgebied. Hertjes die de hele dag aan de rivieroever stonden te grazen, worden waakzamer als de wolf in de bosjes loert. Ze eten korter, dichter bij elkaar en vaker op dezelfde plek waar ze goed uitzicht hebben op het gevaar. Bij de rivier kan nu een jong boompje groot groeien waarin de vogel kan gaan nestelen. De blaadjes vallen in de rivier, de vogel poept erin en zo heeft de wolf zonder dat ‘ie ook nog maar een hert gevangen heeft, mede gezorgd voor een gevarieerder landschap en ecosysteem.

Ook in de zee lijkt dit principe van ‘landscape of fear’ zo te werken. Zeewolven – letterlijke en figuurlijke zoals volwassen kabeljauwen en oude zeebaarzen zijn flinke jagers, net als haaien en roggen. Steuren die tijd van leven krijgen kunnen wel 3,5 meter worden en dat doen ze niet op een dieet van zeesla. Zeezoogdieren – ook al geen vegetariërs. De bruinvis, de gewone zeehond, de grijze zeehond, een incidentele orka – allemaal hebben ze hun rol om kleinere roofdieren in aantal beperkt te houden en de prooien in hun gedrag te sturen met hun aanwezigheid. Roggen eten bijvoorbeeld zeesterren en zeeëgels die schelpdieren eten. Schelpdierriffen kunnen zich daarom makkelijker uitbreiden als er roggen in de buurt leven.
Grote, langlevende vissen zijn goede indicatoren voor een gezonde zee: als die floreren, weet je dat het zee-ecosysteem gezond is.  

Gedroogd vletenei
Gedroogd vletenei. Foto: Annemiek Hermans.