U bent hier

Grootste roofdier van Nederland is makkelijk te spotten

12-03-2022|DOORIris Roggema

Kijk! Ja, goed, daar, net iets voorbij de branding, een meter of dertig van de waterlijn. Dat bolletje daar boven water. Zie, het lijkt wel het hoofd van een zwemmer in een wetsuit. Blijf 'm volgen… grote kans dat een zeehond zich zo laat zien. Misschien is het wel een grijze zeehond, het grootste roofdier van Nederland! Veel van de Noordzeenatuur is onzichtbaar, veel van de Nederlandse roofdieren zijn zo goed als onzichtbaar, maar zeehonden zijn vaak goed te zien.

In Nederland leven rond de veertigduizend zeehonden, waarvan ongeveer driekwart in de Waddenzee zit. De kans om ze vanaf de Noordzeestranden te zien is veel groter dan de meeste strandbezoekers vermoeden. “Ik weet zeker dat ze zo nu en dan zwemmers nieuwsgierig van zeer dichtbij bekijken. Ik heb er wel eens een gehad die even aan mijn zwemvlies trok”, zegt Ernst Schrijver, zeebioloog van het ARK Noordzeeprogramma. “Met hun kop boven water houden ze wat meer afstand tot een zwemmer. Soms tot ongeveer vijftien meter. Soms volgen zeehonden je wanneer je op een rustig moment over het strand loopt.”

Twee soorten zeehonden

Even voor de duidelijkheid. In Nederland leven twéé soorten zeehonden. De gewone zeehond (Phoca vitulina, ongeveer 8000 in de Waddenzee en ruim 1500 in Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta ) en de grijze zeehond (Halichoerus grypus 7000 op het wad, 1500 in de delta). De kleur van beide varieert van grijs tot bruin, dus daarmee zijn ze niet goed te onderscheiden.

Vergelijking gewone en grijze zeehond
Grijze en gewone zeehonden, wat is het verschil? Beeld: Jeroen Helmer

De gewone zeehond heeft een ronde snoet met een uitstekend neusje als een katje, grijze zeehond zien er meer uit als een vechthond. De volwassen mannen hebben een grote kegelneus en zijn daaraan al van ver te herkennen. Met deze puntige kop met vooruitstekende sterke kaken kan hij grote prooien aan, van volwassen kabeljauwen en roodbaarzen en zelfs bruinvissen. Als je ze naast elkaar zou zien is de grijze bijna twee keer zo groot als de gewone zeehond, maar van echt van dichtbij geven de neusgaten je zekerheid: die van de gewone zeehond lopen schuin naar elkaar en maken een V (van Vitulina), die van de grijze zeehond lopen meer als een W of een H (van Halichoerus).
Met honderd tot ruim driehonderd kilo is de grijze zeehond veruit het grootste roofdier van Nederland, vier keer zo zwaar als 'n wolf die andere grijze jager van Nederland die tussen de twintig tot tachtig kilo weegt. En véél gemakkelijker om te spotten. Een gestroomlijnde spierbundel die zomaar op en neer zwemt naar de Orkney’s, of in Denemarken een visje gaat eten.

Zeehond onderzoekt camera in troebel zeewater
Zeehond onderzoekt camera in troebel zeewater. Beeld: Ernst Schrijver


 

De grijze jager

In verhalen over de wolf, komt geregeld de term ‘landscape of fear’ ter sprake. Landschap ontstaan door waakzaamheid: waar een roofdier jaagt gaan prooidieren gaan zich anders, bijvoorbeeld alleen grazen waar ze de belager goed in de gaten kunnen houden. Andere delen van hun leefgebied vreten ze niet meer kaal. Al vangt een wolf maar af en toe een hert, en blijft het aantal herten stabiel, dan nog is zijn aanwezigheid genoeg om de bosverjonging te stimuleren. Zo heeft het roofdier een positieve invloed op de variatie van het landschap en via die route op de biodiversiteit.

“We weten niet of het met zeehonden ook zo werkt”, zegt Gwenaël Hanon, collega van Ernst in het ARK Noordzee-programma. “In het troebele water van de Noordzee jagen dieren op de tast, gehoor en geur. Dus dat is al anders dan op land. We hebben pas vrij recent de beschikking over langdurig zenderonderzoek onder water en onderwaterdrones voor observaties en tellingen. We leren daarmee wel steeds beter hoe zeehonden en andere grote roofdieren onder water zoeken en jagen. Maar hoe ze op grotere schaal impact hebben op verspreiding van prooipopulaties in ruimte en tijd, en wat dan de impact is op bijvoorbeeld schelpdierriffen, is nog een wetenschap die in de kinderschoenen staat.”

Vissen vluchten plotseling voor waargenomen dreiging
Bewoners van het rif op de Brouwers vluchten plotseling voor gevaar. Beeld: Ernst Schrijver

“Wel zijn bruinvissen, zeker moeders met kalfjes op hun hoede wanneer er een grijze zeehond in de buurt is”, vertelt Ernst Schrijver. Vanaf ongeveer 2005 worden er af en toe aangevreten bruinvissen gevonden. Analyse van de bijtwonden en achtergebleven DNA wezen de grijze zeehond aan als dader. “Vissen kunnen zich bij gevaar in een holte of een wrak verschuilen, maar een bruinvis zal als zeezoogdier toch naar boven moeten voor lucht. En dat maakt hem kwetsbaar.”
Bruinvissen lijken op dolfijntjes maar horen bij een aparte tak van de walvissenfamilie. En al zijn ze minder uitbundig dan dolfijnen, hun rugvinnen zijn net als de ronde koppies van zeehonden geregeld waar te nemen vanaf de kust. Zo vormen die zeezoogdieren een verbinding tussen strand en zee, tussen badgast en de wilde onzichtbare natuur onder water.

Bruinvis duikt op vlak bij wandelaar langs de dijk
Bruinvissen zwemmen soms ook vlakbij mensen. Foto: Ernst Schrijver.

Mee zeezoogdieren kijken vanaf het strand? Ernst Schrijver en Gwenaël Hanon laten je op 14 en 18 april zien waar je op moet letten, tijdens een excursie naar de Kwade Hoek bij Stellendam. Natuurlijk is er ook aandacht voor andere dieren die voorbij komen en voor de onzichtbare natuur onder water.

Deelname kost 10 euro, inschrijven kan via ARK webwinkel. Er is plek voor maximaal 20 personen per keer.  
Donderdag 14 april  HW: 13:07
Maandag 18 april HW: 15:31
Tijd: van 10:00 tot 14:00
Startpunt, Stellendam: Parkeerplaats Noordzeestrand

Meenemen: Goed schoeisel voor wandelen Kwade Hoek, zonnebrand, pet oid als bescherming tegen de zon. Warme kleding vanwege mogelijke koude zeebries en natuurlijk een verrekijker of camera. 

De grijze zeehond is voor het eerst opgenomen in de herziene ARK Roofdierengids, een handig kleine veldgids om de in Nederland levende roofdieren en hun sporen te herkennen. 

De cijfers over zeehonden zijn afkomstig uit het Compendium voor de Leefomgeving