U bent hier

Zes ingrediënten voor succes

In 2010 gaf de provincie Limburg aan ARK Natuurontwikkeling en Rentmeesterskantoor Van Soest de opdracht tot gebiedsontwikkeling in het GrensPark Kempen~Broek en in het Drielandenpark. Mede dankzij het snelle succes in Limburg volgde in 2013 een opdracht van de provincie Brabant voor gebiedsontwikkeling in de Maashorst.

Een blauwdruk voor gebiedsontwikkeling bestaat niet, het blijft in elk gebied maatwerk. Maar wel hebben we hieronder zes belangrijke ingrediënten beschreven die nodig zijn voor een succesvolle gebiedsontwikkeling.

Zes ingrediënten

 

1 Integrale aanpak

ARK is primair een natuurorganisatie. Wat de natuurdoelen binnen onze gebiedsontwikkelingen betreft gaan we dan ook voor maximaal resultaat. Maar we koppelen het natuurverhaal ook aan andere maatschappelijke belangen. Door over de grenzen van sectorale belangen heen te kijken, dienen zich geheel nieuwe perspectieven aan. De problemen van de ene partij blijken door de ander te kunnen worden opgelost, of het nu om duurzaam waterbeheer, betere landbouwkavels, recreatieve toegankelijkheid of aaneensluiting van natuurgebieden gaat. Dat verklaart voor een belangrijk deel het succes van de integrale gebiedsontwikkeling die we met alle partners realiseren. Vooral in het Kempen~Broek werden er snel resultaten geboekt met deze manier van werken. Via vrijwillige kavelruil en een grondbank wisselden tussen 2010 en 2014 ruim 650 hectare van eigenaar. En daar profiteerde ook de landbouw van: naast 211 hectare nieuwe natuur in de Ecologische hoofdstructuur kreeg tegelijkertijd 134 hectare landbouwgrond een betere plek.

2 Provincie geeft vertrouwen

De laatste jaren is er flink bezuinigd op de budgetten voor natuurontwikkeling. Wel kregen provincies steeds meer regie en verantwoordelijkheid voor de realisatie van het Nationaal Natuurnetwerk. In het licht van deze omstandigheden kwam het goed uit dat ARK de provincie Limburg al in 2010 voorstelde om EHS te realiseren via een integrale aanpak van gebiedsontwikkeling. Om daadwerkelijk snel en daadkrachtig te kunnen handelen, moest de provincie op hoofdlijnen durven sturen en de daadwerkelijke invulling van de gebiedsontwikkeling overlaten aan ARK en de streek. Dat vroeg dus ambtelijk en bestuurlijk een andere aanpak van de provincie: niet sectoraal maar integraal en niet vanuit controle maar vanuit vertrouwen.

3 Financiële risico’s durven nemen

Voor de gebiedsontwikkeling in Limburg en Brabant zijn vooraf prestatieafspraken geformuleerd. Aan het eind van het programma legt ARK verantwoording af over de resultaten en ontvangt daarvoor de overeengekomen prestatievergoeding. Waar de prestaties niet gehaald worden, ligt het financiële risico dus bij ARK. Waar ARK boven verwachting presteert, ontstaan reserves waarmee die risico’s beperkt kunnen worden. In combinatie met duidelijke inhoudelijke beleidskaders en financiële randvoorwaarden weten we zo voortdurend waar we aan toe zijn en hebben we maximale speelruimte om de gewenste resultaten te bereiken. De rol van de overheid beperkt zich tot opdrachtgever die achteraf toetst.

ARK vergroot het werkbudget en verlaagt het financiële risico door cofinanciering te realiseren via particulieren en andere overheden. Door bijvoorbeeld zelf partner te zijn in Europese grensoverschrijdende projecten met dezelfde doelen. Bovendien voeren we natuurcompensatie voor bedrijven en gemeenten uit en voegen daardoor nog meer hectares natuur toe. Zo wordt ook nog eens meer geld bijeen gebracht voor de ontwikkeling van de streek.

4 Snelheid als kracht (en als valkuil)

Omdat de doelen bekend zijn, maar niet op perceel- of detailniveau zijn uitgewerkt, ontstaat voor ARK ruimte om kansen te grijpen. We inventariseren de wensen van agrariërs en als de ruilende partijen het eens zijn, kunnen we snel handelen. De kaders zijn immers al afgesproken en het geld is beschikbaar. Bovendien is de directeur van ARK eindverantwoordelijke en uitvoerder tegelijkertijd. We kunnen stap voor stap werken waardoor snel resultaten zichtbaar worden in het veld. Dit geeft vertrouwen bij de verkopende boeren: je doet wat je zegt. Op deze manier zijn we met vrijwel alle landeigenaren in gesprek en kunnen we binnen een jaar soms complexe kavelruilen met tientallen eigenaren en honderden hectaren realiseren. In 2010 vond de eerste vrijwillige kavelruil plaats en in maart 2014 de zesde in het Kempen~Broek.

Tegelijkertijd zien we dat onze snelheid van handelen ook een valkuil is. Elke verandering heeft tijd nodig. Zeker als het om landschappen gaat waar mensen aan verknocht zijn. We betrekken omwonenden intensief bij ons werk. Hun kritische betrokkenheid houdt ons scherp.

5 Feestjes vieren

Door successen samen te vieren worden resultaten zichtbaar. Ook is het een uitgelezen kans om partners in het zonnetje te zetten. Terugkerende feestjes zijn de afgeronde kavelruilen. Deze vinden altijd buiten plaats. In aanwezigheid van al onze partners tekenen de deelnemers de koopovereenkomsten onder toeziend oog van de notaris. De gedeputeerde speelt een rol, maar ook de buurtvereniging staat in het zonnetje. Zo werken we gestaag aan een groeiend vertrouwen tussen zowel overheid en particulieren als tussen ruimtegebruikers in het gebied.

6 Tijdelijke gast

ARK werkt tijdelijk in, en ten dienste van het gebied. Aan het eind van de opdracht vertrekken wij. Alles is er op gericht om samen met de streek de doelen te realiseren. Gezamenlijk met omwonenden organiseren we excursies, kinderspelen, festiviteiten, verhalenboeken en veldpoorten met streeknamen die toegang geven tot onze gebieden.

Dat moet er voor zorgen dat gerealiseerde natuurdoelen ook op de lange termijn geborgd zijn bij lokale overheden, terreinbeheerders, agrariërs en andere belanghebbenden in het gebied. We weten dat een project geslaagd is als anderen met veren gaan pronken.

Eigenheid van de plek

Bovenstaande zes ingrediënten zijn van groot belang voor het snel behalen van resultaten. Maar het blijft maatwerk. Elk gebied heeft zijn eigen kansen en hindernissen. GrensPark Kempen~Broek bijvoorbeeld had van meet af aan hoge potenties voor de ontwikkeling van natuur: een combinatie van een uitgestrekt agrarisch landschap met een terugtrekkende landbouw en grote kansen voor bijzondere natuur. Een grensoverschrijdend gebied bovendien, met weinig bestaande organisatiestructuren. Hoe anders was de beginsituatie in de gemeenten Vaals en Gulpen-Wittem in het Drielandenpark. Een hooggewaardeerd, kleinschalig cultuurlandschap in het druk bevolkte, uiterste zuiden van ons land. Het realiseren van robuuste natuurgebieden krijgt in een dergelijk landschap een andere betekenis. Bovendien was de laatste kavelruil hier net achter de rug, waardoor de grondmobiliteit een stuk minder is dan in het Kempen~Broek.

In het Brabantse gebied de Maashorst (tussen Uden en Oss) is het juist weer de uitdaging om de natuurontwikkeling in te vlechten in al bestaande programma’s en overlegstructuren. Hier moeten we aan de streek veel meer duidelijk maken wat onze toegevoegde waarde is.

We hopen met ons werk anderen te inspireren om de handschoen op te pakken. Want particuliere organisaties kunnen met behulp van bovenstaande ingrediënten en goede afspraken met de provincie over geldstromen, succesvol het stokje overnemen van de overheid om samen het Nieuwe Natuurnetwerk te realiseren. En het is nog leuk ook!

Voor meer informatie kun u contact opnemen met onze programmaleiders Ger van den Oetelaar en Anke Dielissen.