U bent hier

Hoe het begon

Het begin: onweer en bevroren kleiputten

Op 4 januari 1989 steken vier mensen hun koppen bij elkaar om een plan voor Meinerswijk te maken, in opdracht van de gemeente Arnhem. Het zijn: Trudi Woerdeman, ontwerpster van tuinen en parken; Willem Overmars, historicus, landschapsarchitect en mede-auteur van Plan Ooievaar; Gerard Litjens, beheerder van De Blauwe Kamer bij de Grebbeberg voor het Utrechts Landschap; Wouter Helmer, co-auteur van een uitwerking van Plan Ooievaar voor de Gelderse Poort, toegespitst op Ooijpolder en Millingerwaard. Daarna groeit het viertal snel naar elkaar toe: vier weken later geven ze een 'concert voor vier kleiputten'. Staand tussen de bevroren plassen in Meinerswijk ontdekken ze dat elke put zijn eigen klank heeft als je er een brok ijs op gooit. In maart bedenken ze de namen Stroming en ARK en in april bezoeken ze samen de Ewijkse Plaat. De officiële oprichtingsdatum van ARK en Stroming is 23 juni 1989. Op een onweersavond in Laag-Keppel lijkt iedere lichtflits een nieuw idee op te leveren voor de samenwerking, waardoor de werkwijze van ARK, zoals die nog steeds van kracht is, vlot op papier komt.

Een nieuwe toekomst voor de natuur

Halverwege de jaren tachtig is het niet best gesteld met de Nederlandse natuur. Natuurbeschermers somberen over zure regen, dode rivieren en het verdwijnen van soorten. De natuur wordt gezien als kwetsbaar, en voortdurend hebben te lijden onder verstoring door de mens. Oorzaak van alle ellende: de mens. De roep om boetedoening vindt echter steeds minder weerklank bij het grote publiek. Willem, Gerard en Wouter denken daar heel anders over. In de Oostvaardersplassen en in hun geboortestreek rond de grote rivieren, zien ze een andere natuur. Zij blijkt hier een enorme veerkracht te bezitten, waar ze maar de ruimte krijgt. Dit is ook de kern van het Plan Ooievaar, waarvan Willem mede-auteur is, en dat in 1986 een landelijke prijsvraag wint over de toekomst van het rivierengebied. Hierdoor enthousiast geworden gaan Gerard en Wouter, eerst nog ieder voor zich, aan de slag om de ideeën uit Ooievaar in praktijk te brengen in de Blauwe Kamer en de Gelderse poort. Wouter schrijft daarna in 1988 een winnend essay in een landelijke prijsvraag over de toekomst van de Nederlandse natuurbescherming. Zijn ‘Filosofie van de Nacht’ breekt een lans voor de gelijktijdige uitwerking van natuurontwikkeling en intense natuurbeleving. Weg met het prikkeldraad en de bordjes ‘verboden toegang’!

Stroming en ARK

Eind 1988 dienen zich plotseling enkele grote projecten aan op het gebied van natuurontwikkeling. Te groot voor ieder van de eenmanszaakjes, die Willem, Gerard en Wouter tot op dat moment hadden. Daarom besluiten ze hun krachten te bundelen. Directe aanleiding was een opdracht van de gemeente Arnhem om het gebied Meinerswijk, naar de ideeën uit Ooievaar, om te vormen in een dynamisch uiterwaardenpark. Ze richten een nieuw advies- en ontwerpbureau op: Stroming, want water en dynamiek vormden de rode draad in het werk. Omdat de ideeën nog zo nieuw zijn en er ook veel scepsis bestaat over de realiteitswaarde ervan – vooral onder natuurbeschermers - besluiten de oprichters van Stroming tegelijkertijd een beheer- en onderzoeksstichting op te richten: ARK. De stichting zou gefinancierd moeten worden uit de winst van het bureau: de ARK drijvend op de stroming. 
In 2002 zijn ARK en Stroming twee losstaande organisaties geworden. ARK een stichting met eigen directie, waaronder Wouter, en Raad van Toezicht. Stroming een bv met eigen directie, waaronder Gerard. Willem heeft zijn eigen advbiesbureau Wildernis opgericht en is mede-eigenaar van natuurfilmbedrijf Rombus Bij een aantal projecten werken we nog steeds nauw samen.

Bakermat: de Ewijkse Plaat

De Ewijkse Plaat wordt in 1988 afgegraven, nadat dat ook al een keer in 1965 is gedaan. De maagdelijke zandplaat die achterblijft leent zich bij uitstek voor het volgen van natuurontwikkeling vanuit een ‘nulsituatie’. Bovendien kennen Willem - afkomstig uit Ewijk - en Trudi dit gebied goed: ze hebben hier vlakbij lang gewoond. Als de boer die het gebied pacht, Albert Daniël, wil meewerken, is het eerste voorbeeldgebied van ARK geboren. We zien hoe honderden plantensoorten en talloze dieren zich in het gebied vestigen. Ideeën over rivierdynamiek en natuurlijke begrazing krijgen hier hun vuurdoop. Trudi start er haar eerste veldlessen met scholen uit de buurt. Wat eerst een kale zandplaats was, ontwikkelt zich tot een zeer gevarieerd ooibos. Delen van de plaat zijn opnieuw afgegraven, wat ons niet verontrustte. Er zijn inmiddels veel vergelijkbare terreinen langs de rivieren. Bovendien: we weten dat zo’n afgraving de start is van een nieuw spannend verhaal!