U bent hier

25 jaar ARK: Natuurlijke begrazing

Dit jaar bestaat ARK Natuurontwikkeling 25 jaar. We zijn niet zo van het terugkijken, we kijken liever vooruit! Maar voor ons 25-jarig bestaan kijken we terug op ons werk in een serie van 25 blogs met hoogte- en dieptepunten van ons werk.
Deze week deel 3 van 25 jaar ARK, over natuurlijke begrazing.

ARK werkt al vijfentwintig jaar aan de ontwikkeling van robuuste landschappen waar mensen vrij kunnen ronddwalen, met alle ruimte voor rondtrekkende dieren, groot en klein. Een cruciale groep dieren die het landschap mee vormen zijn grote grazers. Van hert tot paard en van rund tot ree. Daar waar het kan en waar het nodig is, brengt ARK soorten terug die hier van oorsprong thuishoren. Ook promoten we natuurlijke begrazing in natuurgebieden.

Dwaalfilm.eu: Van rups tot ree

Natuurlijke begrazing

Typisch eigenlijk, dat bij het woord begrazing vrijwel iedereen denkt aan groene weiden, koeien en melk. Dat komt vast door onze eeuwenlange, agrarische roots. Daarom voegen we het woord “natuurlijke” toe als het gaat om begrazing in natuurgebieden. Alhoewel… om het nog ingewikkelder te maken, weer niet in álle natuur. Er zijn immers ook tal van natuurgebieden die ogen als een boerenlandschap uit de 19e eeuw. Daar zet de beheerder doelgericht boerenvee in voor de instandhouding van oud agrarisch cultuurlandschap. Ook begrazing door schapen in een heidelandschap is een cultureel tafereel. Natuurlijke begrazing is iets anders.

Natuurlijke begrazing gaat over landschappen waar grote grazers vrij doorheen kunnen trekken, op zoek naar voedsel, drinkwater, beschutting en soortgenoten. Grazers, zoals oerrund, edelhert, oerpaard, ree, eland, wisent, bever en zwijn, bepaalden millennia lang het aanzien van een groot deel van het Nederlandse landschap. Elke soort had zijn eigen niche, graasgedrag, omvang en gereedschap om het groen te lijf te gaan. En de diverse planten wendden hun eigen trucjes aan om zich tegen dat snoepen, bijten, kauwen, knagen, rammen en rukken te verdedigen. In onderlinge wisselwerking vormden de grazers het landschap. Aangenomen wordt dat dit eruit zag als een mozaïek van grasland, heide, ruigte, struweel en bos. De begroeiingen vloeiden in elkaar over, zonder scherpe overgangen. Het was één begraasd systeem.

Inspiratie

Die natuurlijke vorm van begrazing inspireerde eind twintigste eeuw een nieuwe generatie natuurbeheerders. Deze liepen warm voor méér wildernis, met complete ecosystemen en spontane vegetatieontwikkeling. Ze zochten ruimte voor natuurkrachten zoals begrazing, rivierdynamiek, brand en storm.

Aan de graas in uiterwaarden

Toen ARK 25 jaar geleden de schouders zette onder natuurontwikkeling in uiterwaarden van de rivieren, kozen we ervoor om die nieuwe natuur zich zo oorspronkelijk mogelijk te laten ontwikkelen. De start lag bij nul omdat de nieuwe gebieden uit intensief agrarisch gebruik kwamen. Vaak was ook de graafmachine er over heengegaan voor klei-, zand- of grindwinning. Vervolgens mocht de rivier met haar dynamiek van overstromingen en drogere periodes de scepter zwaaien en werd het assortiment natuurlijke grazers aangevuld met paarden, runderen en bevers. Daarmee was het plaatje niet compleet, maar de wetgeving verhinderde om grootscheeps uit te pakken en bijvoorbeeld ook herten of zwijnen uit te zetten.

Gallowayrunderen en konikpaarden werden als halfwilde dieren geïntroduceerd en mochten zich gedragen zoals dat in de natuur gaat. De verhouding mannelijke en vrouwelijke dieren bleef 50-50, kalfjes bleven bij hun moeder, jong volwassen mannetjes vormden hun eigen pubergroepen en de dieren bleven zomer en winter in hun gebied. Als vanzelf ontwikkelden zich de sociale rangorde en specifieke seizoenspatronen in gebiedsgebruik en graasgedrag. De dieren moesten het hele jaar kunnen leven van wat het natuurgebied hen te vreten bood. Om ‘s winters genoeg vet bij te kunnen zetten, werd in de zomerdag hard gewerkt aan de kilo’s. Doordat het aantal grazers in een gebied laag was, konden zomerruigtes zich prima ontwikkelen. Alle planten konden daardoor bloeien en zaad zetten. Honderden soorten insecten, vogels en kleine zoogdieren profiteerden in dit kielzog. Er was immers volop te eten voor alles en iedereen. En ongelooflijk veel beschutting.

Begrazing Klompenwaard
Begrazing Klompenwaard

Grazers en andere beheerders

We zetten ons in om andere natuurbeheerders te enthousiasmeren voor natuurlijke begrazing. Het was belangrijk om een tijd met hen samen te werken, de filosofie over te dragen, de praktische handigheidjes in het veld door te geven, en het belang van een zorgvuldige kuddeadministratie te benadrukken. De principiële en vernieuwende aanpak van ARK botste dan wel eens met het nuchtere en traditionele boerenverstand van menig beheerder. Bijvoorbeeld bij geldkwesties: natuurlijke begrazing kost geld, inscharen van boerenvee levert wat op.

Ook de aandacht voor publieksvoorlichting om de ontmoeting tussen kuddes en bezoekers in goede banen te leiden, kon niet iedere beheerder even royaal opbrengen. Tegelijkertijd ontstonden twisten over vertrapping of juist onderbegrazing van bijzondere soorten of vegetatietypes. Langzaam maar zeker vond iedere beheerder zijn eigen modus in natuurlijke begrazing, met als resultaat begrazing in duizenden hectares Nederlandse natuur. In dit proces leerde ARK veel van de samenwerking met natuurorganisaties, waterwinners, overheden en andere partijen.

Konik
Konik

Wildernisvlees

De aanwas in kuddes paarden en runderen kon wel 30% per jaar zijn. Helaas groeide het oppervlak begraasde natuurgebieden niet even snel. ARK zette alles op alles om nieuwe plekken voor de dieren te vinden: in Nederland of elders in Europa. Vele kuddetransporten naar Letland, Frankrijk, België, Bulgarije en Duitsland waren het resultaat. Maar toen ook dat alternatief ontoereikend was, konden we er niet langer omheen. Dieren moesten uit het veld gehaald worden, om te voorkomen dat een te grote groep dieren ’s winters te weinig te eten zou hebben. Om te voorkomen dat dit kwaliteitsproduct naar de reguliere slacht zou gaan en als anonieme gehaktbal op een etensbord zou belanden, zette ARK een eigen vleeslijn op onder de noemer Wildernisvlees. Het bleek een kwaliteitsproduct te zijn. Jaar in jaar uit lopen de runderen en paarden buiten en doen zich daar te goed aan honderden kruiden en grassen. De hoeveelheid kilometers die ze daarbij afleggen, is enorm. Stevig, kruidig vlees met bite is dan het resultaat. Via vele verkoop- en afhaalpunten in het land biedt Wildernisvlees tot op de dag van vandaag een prachtig stuk vlees met een nog mooier verhaal.

Grazers en publiek

Natuurgenieters moesten in het begin best wennen aan die wilde paarden en runderen. Voorlichting was daarom van groot belang. Zo bestonden er allerlei vooroordelen over stieren en hengsten. Dat het gedrag van deze kerels in de natuur op zijn pootjes terecht komt - anders dan tussen de vier muren van een boerenstal of weiland - was voor velen een eyeopener. Ook over de kwaliteit en de hoeveelheid voedsel die de natuur ‘s winters biedt, bestonden twijfels. Het beeld van velen is nu eenmaal dat alleen goed doorvoede dieren gezond zijn. Dat vermagering van grazers in de winter juist hoort bij de cyclus der seizoenen en dat dit voor geharde paarden en runderen net zozeer geldt als voor hazen, reeën of herten, was men vergeten. Hoogwater was ook al zo’n item. Mensen (en media) moesten erop leren vertrouwen dat wildlevende grazers, georganiseerd in hechte sociale groepen, doorgaans donders goed weten welke plekken hoog en droog blijven. Het moeilijkste patroon om te doorbreken, zeker in de buurt van steden, was de neiging van dierenliefhebbers om dieren te aaien of te voeren. Met als gevolg dat ze opdringerig werden naar recreanten. Kortom: elke nieuwe plek waar grazers kwamen, kon niet zonder een goed publieksverhaal over het natuurlijke gedrag en de levenswijze van paarden en runderen.

Afsplitsing FREE Nature

Het aantal natuurgebieden waarin ARK kuddes paarden en runderen beheerde, groeide in vijfentwintig jaar tijd fors. En daarmee ook de hoeveelheid dieren. Uiteindelijk trokken er zo’n 600 runderen en 300 paarden onder beheer van ARK door de Nederlandse natuur toen we in 2007 besloten om het begrazingsbeheer binnen een zelfstandige stichting verder te laten gaan. Het pionierend karakter van ARK paste niet bij het steeds groter wordende organisatiedeel dat het kuddebeheer opslokte. En tegelijkertijd werd de groei van het begrazingsbeheer geremd door het feit dat het niet de enige focus van ARK was. FREE Nature werd daarom opgericht. Eenmaal op eigen benen, groeide FREE uit tot een stevige club van nu 14 medewerkers en tientallen onmisbare vrijwilligers. 

Nieuwe sterren aan het firmament

Dwaalfilm.eu: Fokprogramma TaurOssen

In de beginjaren werkte ARK met koniks en galloways. Gaandeweg kwamen andere rassen in beeld. ARK stond zelfs aan de wieg van een nieuw runderras, de rode geus, een Nederlands zelfredzaam rund. Recenter is de introductie van de Tauros, een runderras dat op initiatief van Stichting Taurus wordt ontwikkeld en veel gelijkenissen vertoont met het uitgestorven oerrund.

Na paarden en runderen waren de introductie van de bever in het rivierengebied (Gelderse Poort en Limburgse Maasdal) en de wisent in de duinen bij Zandvoort, nieuwe stappen waar ARK meewerkte aan het terugbrengen van het gevarieerde palet grazers in het Nederlandse landschap.

ARK blijft zich inzetten om grenzen voor wilde natuur te verleggen. Met misschien wel een eland als volgend boegbeeld… 

Wisent Kraansvlak
Wisent Kraansvlak Foto: Staffan Widstrand