U bent hier

25 Jaar ARK: Wilderniscafés

Een magertjes bezocht bezoekerscentrum met vieze automatenkoffie, terwijl 20 meter verder de stoelen op het terras van het pannenkoekenhuis niet aan te slepen zijn! ARK vond dat dat anders kon en pakte de handschoen op om bezoekerscentrum en café tot één formule om te bouwen: wilderniscafés. Met de wilderniscafés moest horeca geld gaan opleveren voor natuurbeheer en natuurinformatie. Een deels succesvol experiment, én één waar we veel van geleerd hebben. Bij de Millingerwaard, langs de Grensmaas en in de duinen van Hoek van Holland.

In de jaren negentig borrelden bij ARK ideeën op om een wilderniscafé te starten. Een café dat naast goede koffie en lekker eten ook informatie over aangrenzende natuurgebieden zou moeten serveren. Met de inkomsten zou naast natuurinformatie ook een deel van het beheer van het aangrenzende natuurgebied bekostigd kunnen worden.

Het Wilderniscafé gaat met Kekerdomse kinderen beschuit met muisjes eten bij de ooievaars
Het Wilderniscafé gaat met Kekerdomse kinderen beschuit met muisjes eten bij de ooievaars in 2005

De eerste kroeg in Kekerdom

De ultieme kans voor het eerste wilderniscafé deed zich voor in het dorp Kekerdom. Bij de toenmalige hoofdingang van de Millingerwaard kwam het dorpscafé, het Wapen van Kekerdom, te koop. ARK greep de kans, verbouwde het café met adviezen van La Deich en in 2002 opende het haar deuren.

Grote aantallen bezoekers bezochten het café voor een kop koffie of een lunch. Groepen wisten het café te vinden voor een barbecue met wildernisvlees, excursies, nachtwandelingen en lezingen. Ook fungeerde de informatiebalie als vraagbaak voor mensen. Bij bijna ieder antwoord werd ook een struinkaart verkocht met een verhaal over natuurontwikkeling in de uiterwaarden.

Maar er was nog een andere reden om te investeren in het café. Kekerdom was een klein dorpje waar de voorzieningen de jaren ervoor hard achteruit waren getuimeld. Het postagentschap verdween, de buurtsuper ook en het café was één van de laatste ontmoetingsplekken voor de dorpsbewoners. Om bij te dragen aan de dorpsgemeenschap én om Kekerdommers zo veel mogelijk te betrekken bij de natuur in de Millingerwaard, zetten we ook in op goed contact met het dorp. Daar moesten nog wel wat hindernissen genomen worden, want men keek behoorlijk sceptisch naar ‘die groene gasten’. Maar met het faciliteren van de jaarlijkse dorpsfeesten, carnaval, kermis en de schuttersfeesten, werd langzaam een brug geslagen.

Hompesche Molen
Vergaderen bij Hompesche Molen in 2005 Foto patrick van den Burg

Hompesche Molen

In 2005 opende een tweede wilderniscafé. De grindwinners van de Panheelgroep waren geïnspireerd door het Wilderniscafé in Kekerdom. Samen met Stroming en La Deich maakten zij een plan voor het ombouwen van de Hompesche Molen in Stevensweert tot aantrekkelijke informatiepunt. In het molenhuis ontstond een prachtig informatiecentrum met kleinschalige horeca gerund door ARK. De Hompesche Molen zelf draaide als de molenaar aanwezig was. In het molenhuis werd informatie gegeven over natuurontwikkeling op het Eiland van Weert en over de Grensmaas. Samen met beheerder Natuurmonumenten werden excursies georganiseerd, gps-tochten ontwikkeld en werden struinstoelen ingezet. De exploitatie werd in 2009 overgenomen door Brasserie de Hompesche Molen. In 2014 nam Natuurmonumenten de gebouwen over van de Panheelgroep.

Zeetoren Foto Beelbank Rijkswaterstaat
Zeetoren Foto Beelbank Rijkswaterstaat

Zeetoren

In 2005 ontstonden er plannen voor de overname van een bijzonder gebouw in de duinen van Hoek van Holland. Een betonnen toren, een voormalige radarpost van de Duittsers uit de Tweede Wereldoorlog, met aanbouwsels waarin het KNMI en Rijkswaterstaat jarenlang hun observaties deden. We hebben lang getwijfeld of we een derde wilderniscafé onder onze vleugels wilden, maar uiteindelijk de uitdaging aangenomen. Samen met La Deich maakten we een plan dat omarmd werd door Rijkswaterstaat, het Wereld Natuur Fonds, KNMI, gemeente Rotterdam, Deelgemeente Hoek van Holland, Klimaatbureau, Stichting Duinbehoud en vele anderen. Met financiële bijdragen van de Nationale Postcode Loterij, het VSBfonds en Stichting Volkskracht werd het gebouw aangepast aan de eisen van deze tijd en werd een deel van de inrichting gemaakt. In 2008 opende de Zeetoren haar deuren. De toren staat op een bijzondere plek waar de gevolgen van klimaatverandering maar al te duidelijk worden. De zee stijgt, de kustlijn brokkelt af en rivierafvoeren nemen toe. De ideale plek dus, om overheden en bedrijfsleven op deze plek uit te dagen om oplossingen te bedenken en uit te voeren. Een mooi voorbeeld is de Zandmotor op steenworp afstand van de Zeetoren. De Zeetoren werd bovendien de plek voor vergaderingen, activiteiten in de duinen, langs de kust en op de Zandmotor. Tot op de dag van vandaag zijn er groepen die nachtwandelingen maken, vissen en garnalen vangen met kornetten of de dynamische Zandmotor ontdekken.

Onze droom was dat deze wilderniscafés geld zouden gaan opleveren. We hebben het geprobeerd, maar moeten concluderen dat ARK de exploitatie onvoldoende van de grond kreeg. Horecabaas zijn is een vak apart, waar wij onvoldoende kaas van gegeten hadden. Tegelijkertijd zien we overal in Nederland dat de formule – het combineren van horeca en natuurinformatie – op allerlei verschillende manieren navolging krijgt. Toen alle drie cafés nog liepen, werden we geregeld benaderd door collega natuurorganisaties om ervaringen te delen en zijn we ook voor diverse andere plekken benaderd. ARK heeft daarmee een impuls gegeven aan de wijze waarop natuurorganisaties hun publiek van informatie voorzien. En verder…? Zitten wij toch het liefst aan de andere kant van de bar.