U bent hier

25 jaar ARK: Gelderse Poort

In 2014 bestaat ARK 25 jaar. Een reeks blogs beschrijft de hoogtepunten uit een kwart eeuw ARK. Samen met vele partijen hebben we baanbrekend werk verricht op het gebied van natuurontwikkeling in Nederland en in Europa. Vandaag deel 4 in de reeks: de Gelderse Poort.

Rivierenpark Gelderse Poort 1990
Rivierenpark Gelderse Poort 1990
Wie nu langs de Waaloevers van Nijmegen naar Millingen aan de Rijn wandelt, kan er genieten van een meanderend natuurlint van 16 kilometer lang. “Wat mooi dat hier wilde natuur is teruggekeerd”, zeggen bezoekers op het terras van Oortjeshekken, het populaire huiskamercafé aan de Waal bij Ooij. Misschien wel het grootste compliment voor een gebied waarvan de eerste snipper bijna 25 jaar geleden het stempel ‘natuurontwikkeling’ kreeg. In de Millingerwaard.

Eind jaren tachtig werden in navolging van het prijswinnende Plan Ooievaar, de eerste plannen voor natuurontwikkeling in de Gelderse Poort gemaakt door Bureau Stroming in opdracht van provincie Gelderland. De Gelderse Poort bezat nog een paar waardevolle natuurparels en werd gezien als strategische toplocatie. Hier komt de Rijn ons land binnen en splitst zich in Waal, Nederrijn en IJssel. Alle planten en dieren die zich hier - aan de top van de Nederlandse delta - vestigen, verspreiden zich met de stroom mee verder noord- en westwaarts.

Cadeau van Neelie Smit-Kroes en speerpunt van WNF

Voor ARK begon de uitvoering van die plannen dankzij het Werled Natuur Fonds (WNF) en de toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat Neelie Smit-Kroes. Tijdens een bootexcursie op de Waal hoorde ze over de kansen die natuurontwikkeling bood en zag ze hoe het waardevolle Millingerduin werd vernietigd  door graafmachines. “Van wie is die grond en dat graafwerk?” vroeg de minister, “Van de overheid, van uw eigen ministerie” was het antwoord. Waarop ze ervoor zorgde dat WNF hier van start kon met de visie Levende Rivieren en ARK als onderaannemer van WNF dat kleine lapje grond op het rivierduin in beheer kreeg.

Dwaalfilm.eu: Millingerwaard

Ruimte voor mens en natuur

Dat eerste stukje Millingerwaard was van levensbelang voor de erop volgende ontwikkelingen. Honderden dieren- en plantensoorten keerden in razend tempo terug. Meestal een handje geholpen door wind, water en andere natuurkrachten, soms door mensenhanden. Zoals bij konikpaarden, gallowayrunderen en bevers. En ook de eerste menselijke avonturiers ontdekten de nieuwe natuur. Het snippertje kreeg een boost toen WNF, Staatsbosbeheer, ARK en de Delgromij (kleiwinner) in 1993 een overeenkomst sloten voor de gezamenlijke ontwikkeling en het beheer van de Millingerwaard.

Struinen langs de rivier
Struinen langs de rivier

“Bevrijd het landschap” klonk het bij het opruimen van honderden kilometers prikkeldraad. En onthekken werd een feestje dat we nog regelmatig zouden herhalen. Met Maarten Brabers, toenmalig directeur van Staatsbosbeheer, werden symbolisch ook de borden ‘Verboden Toegang’ uit de Millingerwaard verwijderd. Bezoekers kregen de kans om op wegen en paden, maar ook overal daarbuiten te dwalen. Struinnatuur was een feit. Om mensen aan te moedigen daadwerkelijk die gebaande wegen te verlaten, ontwikkelde Meander  een zogeheten struinkaart en werd in 2004, door de helaas veel te vroeg overleden ARKer José ten Tuynte, het boek ‘Struinen langs de rivier’ geschreven.

Rangerwaard

Dankzij een inzamelingsactie van de Wereld Natuur Fonds’ Rangers, kon in 1993 de landbouwenclave rondom het Millingerduin aangekocht worden. De maïsakkers veranderden in distelruigtes. De distels werden opgevolgd door brandnetels, maar ook door vele honderden soorten andere planten en dieren. En wie er nu komt herkent het landschap van 25 jaar geleden niet meer terug. Nu zie je een landschap van stuivende duinen, velden met bloeiende planten en honderden bezoekers op weg naar de Millinger Theetuin, naar het voetveer of op zoek naar bevers en ijsvogels.

Fietsen in Millingerwaard
Fietsen in Millingerwaard

Ontwikkelingen naar de toekomst

De baksteenindustrie was de nieuwe partner die wel raad wist met de metershoog opgeslibde klei van de uiterwaard. De oorspronkelijke natuurontwikkelingsplannen voor de Millingerwaard gingen uit van reliëfvolgende ontkleiing. De finesse zat ‘m in dat begrip reliefvolgend. De klei werd op zo’n manier afgegraven, dat de zandige ondergrond met restanten van oude geulen, eilanden en oevers werd blootgelegd. Een landschap waar de natuur zijn voordeel mee deed en dat recht deed aan de historische footprint van de rivier. De inrichting vorderde gestaag door de goede samenwerking met kleiwinners en overheden.

Na de hoge waters in 1993 en 1995 kreeg het afgraven van klei een impuls. Er moest naast nieuwe natuur ook ruimte komen voor opvang en snelle afvoer van hoogwater. Rivierveiligheid en natuurontwikkeling gingen voortaan hand in hand. De Millingerwaard-aanpak had de inspiratie geleverd voor het “nieuwe denken” in het overheidsprogramma Ruimte voor de Rivier. Niet alleen de dijken maar ook landschappelijke ingrepen zoals het verwijderen van eeuwendikke sedimentlagen en de aanleg van nevengeulen helpen overstromingen te voorkomen.

In 2016 moet de inrichting van de Millingerwaard zover gevorderd zijn dat het voldoet aan de nieuwe normen van rivierveiligheid van Rijkswaterstaat. Rond 2020 zal de allerlaatste graafmachine vertrekken.

Natuurbeleving

In de beginjaren keken veel lokale bewoners wel argwanend naar die nieuwerwetse aanpak van de Millingerwaard. Vanaf het allereerste moment nam ARK kinderen uit de omliggende dorpen mee het gebied in om ze vertrouwd te maken met de natuur van hun toekomst. Zij groeiden op samen met de nieuwe natuur in hun voortuin. Toen bleek dat natuurontwikkeling ‘werkte’, óók voor de lokale economie, luwde die kritiek. De kinderen van toenmalige criticasters vertellen nu het natuurverhaal vanachter de bar van Wilderniscafé, Grenspost Gelderse Poort of de goed bezochte Millinger Theetuin.

In het kielzog van de Millingerwaard werdenook andere uiterwaarden terug gegeven aan de natuur. Provincie, Landinrichting Ooijpolder, Wereld Natuur Fonds, Dienst Landelijk Gebied, Staatsbosbeheer en ARK ontwikkelden een langgerekt natuurlint van Nijmegen tot Millingen. En aan de overkant werd de Klompenwaard nieuwe natuur.

Dat planten en dieren op grote schaal profiteerden  bleek wel uit de inventarisaties die honderden vrijwilligers jaar in jaar uit deden. Op de websites en in diverse boekjes en rapporten van de Flora- en Faunawerkgroep Gelderse Poort en de Vogelwerkgroepen Nijmegen en Arnhem zijn de ontwikkelingen op de voet te volgen. En uit de resultaten van het project ‘Rijn in Beeld’ blijkt dat de Gelderse Poort bijzonder goed scoort in een breder perspectief.

Maar niet alleen de natuur profiteerde. Ook mensen ontdekten het gebied. Werden de uiterwaarden vroeger nauwelijks bezocht, nu wandelen en fietsen jaarlijks honderdduizenden recreanten in de uitgestrekte natuur tussen Millingen aan de Rijn en de Nijmeegse Waalkade. Wat 25 jaar geleden nog een onbekende uithoek van het land was, staat nu markant op de kaart. Al die bezoekers hebben ook gezorgd voor het ontstaan van een groene recreatie-economie. Uit onderzoek in 2012 blijkt dat de vrij toegankelijke uiterwaarden aan de zuidkant van de Waal in de Gelderse Poort een jaarlijkse omzet van vele miljoenen genereren en ruim 170 banen.

Ambities in de Gelderse Poort

Anno 2014 zijn we er nog niet. Bij Nijmegen zorgenhet terugleggen van een dijk en de aanleg van een nevengeul voor een veiliger hoogwatersituatie. Daarnaast levert dit ook een fantastisch groen stadshart op, dat door talloze planten en dieren én door Nijmegenaren gebruikt gaat worden. Langs de noordkant van de Waal tussen Nijmegen en Pannerdens Kop zijn ook projecten in uitvoering en komt het accent steeds meer op natuur te liggen.Ook hier kunnen riviernatuur én mens steeds vrijer pendelen.

Voor de verre toekomst staan nieuwe uitdagingen te wachten. Klimaatexperts verwachten dat onze rivieren nog extremere hoeveelheden water moeten verwerken. In de uiterwaarden van de Gelderse Poort is nog maar beperkt ruimte voor extra ingrepen zonder het gebiedseigen karakter aan te tasten, zo blijkt uit de visie Smart Rivers. Unieke kansen voor waterberging liggen er nog wél in het Rijnstrangengebied. Herstel van de oude bypass-functie laat zich goed combineren met  moerasontwikkeling, landbouw én toerisme. ARK spant zich de komende jaren in voor dit integrale pakket.

Binnendijkse natuurcorridors

Hoewel beide organisaties zijn van grootschalige natuurontwikkeling in de uiterwaarden, hebben ARK en Wereld Natuur Fonds ook een uitstapje naar binnendijks gemaakt om de samenwerkingsmogelijkheden met particuliere grondeigenaren in de agrarische sector te verkennen. Met een succesvolle landschapsveiling kon de aanzet worden gegeven voor een serie groenstroken door het boerenland, die zorgen voor een natuurverbinding tussen de uiterwaarden en de bosgebieden op de Nijmeegse stuwwal. Dit initiatief is later door partnerorganisaties Via Natura en De Ploegdriever verder uitgebouwd.

Partners

Natuurorganisaties: Staatsbosbeheer, Wereld Natuur Fonds, Flora en Faunawerkgroep Gelderse Poort, Stichting Twickel, Via Natura, De Ploegdriever, IVN Rijk van Nijmegen, Natuurmuseum Nijmegen, IVN Rijn Waal, Calutra, FREE Nature

Overheden: Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Ministerie van Economische Zaken, Dienst Landelijk Gebied, provincie Gelderland, gemeente Ubbergen, gemeente Millingen aan de Rijn, gemeente Lingewaard, gemeente Rijnwaarden, Dienst Landelijk Gebied, Waterschap Rijn & IJssel, Waterschap Rivierenland

Overige: RBT KAN, Meander, Bureau Stroming, Bureau Drift, Kurstjens Ecologisch Adviebureau,

Wienerberger Bricks, K3Delta, Moorlag