U bent hier

25 jaar ARK: Dood doet Leven

In februari 2008 werd geschiedenis geschreven met Nederlands eerste kadaverwebcam. In navolging van het boekje ‘Dood doet Leven – de natuur van dode dieren’ uitgebracht door Stichting Kritisch Bosbeheer, lanceerde ARK Natuurontwikkeling met Staatsbosbeheer in de Groenlanden (nabij Nijmegen) een webcam en website met als doel de natuur van dode dieren zichtbaar te maken. Natuur die grotendeels aan de natuurliefhebber voorbij gaat, omdat kadavers van grote dieren niet aan het publiek getoond worden en in veel natuurgebieden nauwelijks voorkomen.

ARK 25 jaar: Dood doet Leven
ARK 25 jaar: Dood doet Leven

De hoeveelheid aas in het Europese landschap is een fractie van wat het is geweest. Wilde paarden en runderen zijn vervangen door landbouwvee, wilde hoefdiersoorten als eland zijn verdwenen en wilde hoefdieren die wel voorkomen als edelhert en wild zwijn komen slechts in een beperkt aantal natuurgebieden voor en worden bovendien geoogst. En dat terwijl een kadaver een rijk feestmaal voor andere dieren is. Maar liefst 75 soorten vogels en zoogdieren zijn in  West-Europa op kadavers waargenomen. Aantallen die ruimschoots worden overtroffen door de 150 soorten vliegen en maar liefst 750 soorten kevers die op kadavers kunnen worden waargenomen.  Voor sommigen hiervan zijn grote dode dieren een pure noodzaak om te kunnen overleven. ARK bedacht met de kadaverwebcam een toegankelijke manier om het publiek hierover te vertellen.

Webcam

Voor het oog van de kadaverwebcam in de Groenlanden werden verkeersslachtoffers (reeën) vanuit de omgeving beschikbaar gesteld door jachtopzieners uit de Ooijpolder. Tienduizenden bezoekers zagen online hoe vossen, buizerds, eksters, kraaien, steenmarters en vele andere disgenoten zich te goed deden aan dode reeën. Menig roofdier en -vogel bleek zich in de wintermaanden te ontpoppen als fervent aaseter.

De cameravalbeelden werden gretig bekeken, stonden zelfs in de top 10 van YouTube en creëerden  veel enthousiasme bij het publiek. Bezuinigingen in het natuurbeleid zorgden er in 2010 helaas voor dat de stekker uit de webcam in de Groenlanden werd getrokken.

Een steenuil werd foeragerend op maden (vliegenlarven) waargenomen.

Ruimte voor aaseters

In 2012 keerden de kansen en beleefde Dood doet Leven een doorstart in de provincie Limburg. Samen met de natuurorganisaties Limburgs Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Limburgs Landschap vzw (B) en met de hulp van wildbeheerders en dierenambulances krijgen aangereden dieren (o.a. ree, das, wild zwijn) een laatste rustplaats in de natuur. Doelbewust werd bovendien een aantal voorbeeldgebieden ingericht waar publiek de kans heeft om kadaverlocaties te bezoeken.

Dood doet Leven, de natuur van dode dieren

In samenwerking met de Aaskeverwerkgroep van EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden zijn cursussen aangeboden aan natuurgidsen. Een lespakket is ontwikkeld voor leerlingen en in de praktijk gebracht tijdens veldlessen. De natuur van dode dieren is daarmee een onderdeel geworden van Limburgse natuurbeleving en -educatie.

Spanning en sensatie

Met de webcam in de Groenlanden was het spannend. Wat komt er op af? Met de gebieden in Limburg is het al net zo. De cameravallen brachten fraaie beelden van maar liefst 26 soorten vogels en zoogdieren die van de kadavers profiteren.  Bunzingen, buizerds, vossen, marters verschenen frequent op de beelden.

Vale gier op ree
In de zomer van 2012 werden we verrast door een vale gier die 6 weken in twee steengroeves van de Sint-Pietersberg verbleef. Dood doet Leven trakteerde dit dier op een ree en wild zwijn.  Met het herstel van de Zuid-Europese gierenpopulaties maken jonge gieren weer verkenningstochten noordwaarts en zijn vale gieren (gevolgd door monniksgieren) een spectaculair fenomeen in de Lage Landen. Grote dode dieren maken een langer verblijf mogelijk.

Succesvol jaar voor raven in NP De Maasduinen

In de Maasduinen doken vanaf november 2013 voor het eerst raven op bij twee locaties. In de maanden februari en maart werd door een koppeltje raven veelvuldig aas en nestmateriaal (reeënharen) verzameld waarna door vogelaars een nest werd gevonden. In juni 2014 vloog een jonge raaf uit. Limburgs eerste broedgeval van raven sinds 140 (!) jaar.

Symposium Dood doet Leven

De voorbeeldgebieden smaken (voor aaseters) letterlijk naar meer. Om meer ruimte voor grote dode dieren in de natuur te creëren werd in het najaar van 2014 door ARK een symposium georganiseerd voor natuur- en wildbeheerders. Tijdens deze dag is met elkaar gesproken om onze omgang met dode wilde (hoef)dieren en wildlevende paarden en runderen beter af te stemmen op de aasetergemeenschap.

Samengevat zien de deelnemers het belang in van grote dode dieren in de natuur (inclusief wildlevende paarden en runderen). Toepassing van loodvrije kogelpatronen binnen het wildbeheer (ter voorkoming van loodvergiftiging aaseters) is een logische keuze . Dit kan samen met het onbedekt laten liggen van geschoten dieren of delen hiervan. Dit geldt ook voor aangereden hoefdieren die in de natuur een plek kunnen krijgen. Het is belangrijk om bovenstaande in de praktijk te brengen, mits aandacht voor veterinaire monitoring en communicatie naar het publiek. Lees hier het verslag en bekijk de presentaties

Vooruitblikken

Slechts enkele decennia geleden werd dood hout verwijderd uit de  bossen. Men vreesde dat afbraakorganismen massaal levende bomen zouden aantasten. Een situatie die de huidige natuurliefhebber vreemd in de oren zal klinken. Gelukkig maar. Vandaag de dag zijn dode bomen een normaal verschijnsel en de natuur is er rijker van geworden. Met dode dieren is het niet anders. Monitoring laat zien dat de risico’s voor de gezondheid van landbouwdieren van het laten liggen van kadavers nihil zijn. Talrijke organismen van bacterie, schimmel, insect tot vogels en zoogdieren profiteren ervan en zorgen voor een efficiënte afbraak. Bijna 65% van de natuurliefhebbers vindt het belangrijk dat dode dieren in de natuur liggen voor aaseters, zo blijkt uit de Groot Wild enquete van Natuurmonumenten. Dit opent een wereld aan mogelijkheden.

Met elkaar kunnen we meer ruimte creëren voor wilde spectaculaire natuur. Natuur waarmee ook aaseters (van aaskever tot gier) hun voordeel doen. Dit vraagt om afspraken tussen natuur-, weg- en wildbeheerders zodat aangereden (hoef)dieren niet vernietigd worden, maar een laatste plek in de natuur krijgen. Het vraagt ook om aandacht voor aaseters binnen het wildbeheer en voor het met elkaar ruimte creëren voor meer natuurgebieden waar hoefdieren als wild zwijn en edelhert mogen leven. En het vraagt om herstel van de natuurlijke cyclus van natuurpaarden en -runderen in onze grote natuurgebieden. ARK werkt samen met anderen aan bovenstaande kansen verder. Kunnen we over enkele decennia weer terugblikken...