U bent hier

Robuustere natuur biedt ook landbouw perspectief

17-11-2022|DOORARK Natuurontwikkeling

In zijn advies 'Wat wel kan' formuleert Johan Remkes vijfentwintig belangrijke aanbevelingen. Maar zijn verhaal is niet compleet. Wij zullen namelijk ook fors moeten investeren in een sterkere en robuustere natuur die de toekomst kan doorstaan. Stikstof zal immers niet de laatste natuurcrisis zijn.
 

Geen windeieren

Sterke natuurlandschappen hebben ons veel te bieden. Het ontwikkelen van robuustere natuur is een reële, beloftevolle optie.  

Veel planten en dieren vinden in Nederland hun laatste toevluchtsoord in natuurgebieden. En zelfs daar zijn ze kwetsbaar door een hoge stikstoflast, inwaaiende pesticiden, verdroging, toenemende recreatie enzovoort. En zelfs als het ons lukt om met een stringente milieumaatregelen – waaronder het stikstofbeleid – alle druk onder controle te krijgen, dan nog zal onze natuur voor haar voortbestaan voor altijd afhankelijk blijven van beheer, van subsidies en strikte handhaving. Dat is geen lonkend perspectief.

Het is dan ook geen goed plan om nog meer kwetsbare, stikstofgevoelige natuur te ontwikkelen. In plaats daarvan moeten we investeren in robuuste, veerkrachtige, samenhangende en multifunctionele natuurlandschappen. Wij zullen de Nederlandse natuur weerbaarder, robuuster moeten maken en haar herstel- en aanpassingsvermogen moeten verbeteren.


In het Groene Woud werkt ARK aan het versterken en verbinden van kleine natuurparels tot een veel robuuster netwerk.

Heide, hakhoutbossen, beekdalgraslanden en stuifzanden op onze zandgronden kunnen alleen minder kwetsbaar worden door te stoppen met de voortdurende afvoer van planten, (dode) dieren, bodem, water en mineralen. Geheel van neerslag afhankelijke natuurgebieden, zoals hoogveenrestanten, hebben alleen toekomst als ze groter worden, hun waterhuishouding versterkt wordt en ze worden omgeven door brede, natuurrijke buffergebieden.

Dat zal ons geen windeieren leggen. Verschillende voorbeelden in Nederland laten al zien dat meer natuur loont, niet alleen voor de natuur maar ook voor de mens. Denk aan de Gelderse Poort in Gelderland, waar de werkgelegenheid meer dan verdubbeld is. Of aan de Grensmaas in Limburg, waar een grootschalige natuurontwikkeling voor twintig jaar bouwgrind én een hogere hoogwaterveiligheid heeft opgeleverd. Of denk aan de Biesbosch, aan het Brabantse Groene Woud, aan de Onlanden in Drenthe, de Markerwadden of aan de Voordelta in Zeeland.

Duizend guldenkruid in natuurgebied Het Groene Woud. Foto: Bert Vervoort
Duizend guldenkruid in natuurgebied Het Groene Woud. Foto: Bert Vervoort

Daar zijn duizenden hectares relatief voedselrijke, zelfredzame natuur ontwikkeld met een forse toegevoegde waarde voor recreatie, hoogwaterveiligheid en waterkwaliteit. Met als resultaat terugkeer en explosieve groei van bijzondere soorten als otter, bever, steur, platte oester, zeearend en visarend. Het zijn stuk voor stuk successen die internationaal navolging krijgen. 

Dat in Nederland ruimte is voor natuurherstel, voor rewilding, is allang bewezen. Het is nu tijd dit inzicht op veel grotere schaal toe te gaan passen.


Graslanden bij zonsopkomst in het Kempen~Broek. Foto: Joep Crombag
Graslanden bij zonsopkomst in het Kempen~Broek. Foto: Joep Crombag

Ook voor individuele landeigenaren, boeren en pachters blijkt een omvorming naar natuur – rewilding – steeds vaker een concurrerende business-case met meer toekomstperspectief te bieden. Natuur kan veel meer opleveren dan de vergoedingen voor beheer- en onderhoud waar Remkes over rept. Alleen al kleinschalige, natuurgerichte recreatie kan een vergelijkbare netto opbrengst genereren als reguliere veehouderij in netto inkomen per hectare. Nieuwe natuur levert altijd meer CO2-credits op dan regeneratieve landbouw. Er is ook een groeiende markt van natuurcompensatiegelden zoals habitat-banking en nature-credits. En als wij de waarde van natuurgebieden voor waterberging, klimaatbuffering, verkoeling, drinkwatervoorziening, vestigingsklimaat, schone lucht, recreatieruimte, welzijn en gezondheid onderling eerlijk zouden verrekenen, dan openen zich vele nieuwe perspectieven. Natuurlijk, het vraagt moed van boeren, landgoedeigenaren en terreinbeheerders om zo’n verandering aan te gaan, maar het kan en zal vaak lonen.

Rewilding is een volwaardig en beloftevol perspectief dat een belangrijke plaats moet innemen bij zowel de aankomende gebiedsuitwerkingen als de innovatie-programma’s.

De natuur verdient het, en verdient het terug.

Jos Rademakers, directeur ARK Rewilding Nederland
Han Olff, hoogleraar Ecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen