U bent hier

Natuurbegrazing en stikstof: Runderen in natuurgebieden ook ‘halveren’?

7-07-2022|DOORARK Natuurontwikkeling

Het grootschalig boerenprotest tegen de stikstofplannen laat niemand onberoerd. ARK speelt, als aanjager van wilde natuur, een grote rol om begrazing met natuurlijke kuddes (met koeien en stieren, merries en hengsten in natuurlijke verhoudingen) tot een vertrouwd beeld in Nederland te maken. Met een oplevende, veerkrachtige natuur vol insecten, planten en vogels als resultaat. Het lijkt in het stikstoftumult ogenschijnlijk niet gek dat ook naar runderen in natuurgebieden gekeken wordt, als inkrimping van de veestapel onafwendbaar is. Maar is dat ook zo?

Een gallowaystier in de Bisonbaai in de Ooijpolder nabij Nijmegen.
Een gallowaystier in de Bisonbaai in de Ooijpolder nabij Nijmegen. Foto: Chris-Jan van der Heijden

Ammoniak

Een van de grote boosdoeners, als oorzaak van vermesting en verzuring, is het samenkomen van hoeveelheden poep en pies in de mestgoot en -opslag van een stal. Daarbij komt namelijk ammoniak vrij. Deze vervliegt in de lucht en heeft de vermestende en verzurende effecten op natuur (eigenlijk op het hele landschap) waar we zoveel over lezen. Niet iedereen ziet dat als een probleem (brandnetels zijn toch ook natuur immers?) maar feit is dat het tot meer van hetzelfde leidt in de natuur. Ten koste van het grootste deel van de soorten planten en dieren, die daar juist níets aan hebben. En of dat nog niet genoeg was, leidt verzuring door ammoniak tot het uitspoelen en dus verdwijnen van belangrijke mineralen uit de bodem. Dat zorgt op de droge zandgronden nu al voor problemen: veel eiken doen het daar slecht doordat er inmiddels te weinig kalium, calcium en magnesium in de bodem is overgebleven. Ook de diversiteit aan planten neemt als gevolg van stikstof enorm af. 

Stal vs natuurgebied

Waar koeien in een stal dicht opeen staan en op een betonnen vloer poepen en piesen, lopen runderen in een natuurgebied vrij rond. Runderen poepen en piesen zelden gelijktijdig en staan ook niet lang stil. Runderen in natuurgebieden lopen in heel kleine aantallen in verhouding tot de grootte van het gebied. De ‘dichtheid’ aan dieren is in de natuur dus veel kleiner dan op een stal of een weiland. Bij vrij levende runderen komen de ’natte’ en ‘vaste’ ontlasting dus maar zelden bij elkaar. Sowieso is, anders dan bij de meeste melkkoeien, de ontlasting van natuurrunderen heel anders van samenstelling. Hier geen ontwormingsmiddelen als ivermectine en andere stoffen die massaal (zelfs zonder dat er direct aanleiding voor is) worden toegepast.

Zijn koeien in de wei dan net zo goed als in een natuurgebied?

Tijdens de weidegang is er zo goed als geen productie van ammoniak, daar urine en mest op willekeurige plekken verspreid in de weide terechtkomen.

Een gehakkelde aurelia haalt waardevolle zouten uit de poep van een grazer. Foto: Jeroen Helmer
Gehakkelde aurelia op poep

Oplossing in plaats van probleem

Bij natuurbegrazing is er bovendien sprake van een kringloop: de eiwitten van de gegeten grassen, kruiden, bomen en struiken worden in het dier gebruikt voor groei en omgezet in mest en urine. Deze worden weer opgenomen door het vele bodemleven in de natuur en zo weer doorgegeven aan de vegetatie. Hoge aantallen en een grote soortenrijkdom aan insecten profiteren ondertussen van die mest en daarvan profiteren weer veel vogels en andere dieren. De kringloop in de natuur is rond. Ook bij weidegang spelen deze processen, al is dan de dichtheid aan dieren vaak zó hoog dat de natuur er niet altijd veel beter van wordt. Weidegang en natuurbegrazing zijn beiden bij stikstof echter eerder deel van de oplossing dan van het probleem.