U bent hier

Honderden Rotterdamse oesterbaby’s verhuisd naar Voordelta

25-11-2021|DOORARK Natuurontwikkeling

Gisteren heeft ARK Natuurontwikkeling in samenwerking met Bureau Waardenburg honderden oesterlarfjes verplaatst van de Rotterdamse Haven naar een locatie in de Voordelta, de ondiepe onstuimige zee bij de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Daar groeien de larfjes hopelijk uit tot een nieuwe wilde populatie oesters. En bouwen ze op termijn misschien zelfs wel een nieuw schelpdierrif.

In juli dit jaar plaatste ARK lege oesterschelpen in het westelijke havengebied van Rotterdam, in de hoop dat de daar aanwezige larfjes van een recent gevonden platte oesterpopulatie zich eraan zouden hechten. Met succes: honderden oesterbaby’s zetten zich vast op de schelpen. Met deze larfjes probeert ARK nu een nieuw schelpdierrif tot ontwikkeling te laten komen in de Voordelta. Zo’n rif zou de natuur daar een geweldige impuls geven. De uitgekozen nieuwe thuisbasis van de larfjes in de Voordelta ligt een paar kilometer van de kust ten westen van de Brouwersdam. Het is er maar enkele meters diep, maar kent een vrij hoge dynamiek aan golven en zandverplaatsing. Daarmee is het een goede testlocatie voor schelpdierrifontwikkeling langs de Nederlandse kust.

Oesterschelp met daarop oersterlarfjes. Op de achtergrond is de Noordzee te zien
Oesterschelp met daarop aangehechte larfjes. Foto: Ernst Schrijver

Oesterwieg

Om de jonge oesters tijdelijk te beschermen tegen de dynamiek van de Noordzee is een speciale constructie bedacht: de oesterwieg. De oesterschelpen met aangehechte larfjes zijn gebundeld in gazen constructies. Door wilgentenen door dit soort ‘oestertassen’ te steken ontstaan oesterwiegen. Projectmedewerker Gwenaël Hanon: “De wiegen houden de larfjes tijdelijk boven de bodem zodat ze rustig kunnen groter kunnen worden en uiteindelijk, zo hopen we, uitgroeien tot een nieuw rif.”

Een parelketting aan oesterwiegen wordt gereed gemaakt voor uitzet. Foto: Ernst Schrijver
Een parelketting aan oesterwiegen wordt gereed gemaakt voor uitzet. Foto: Ernst Schrijver

In de geplaatste oesterwiegen zijn niet alleen Rotterdamse larfjes te vinden. In samenwerking met Bureau Waardenburg heeft ARK ook gekweekte oesterlarven vanuit Stichting Zeeschelp en Roem van Yerseke op de locatie in de Voordelta uitgezet. Zo onderzoekt ARK welke methodes het beste werken om schelpdierriffen in de Noordzee te 'kickstarten’.

Rewilding op zee

Onze Noordzeenatuur is prachtig én heeft de potentie om weer rijk en robuust te worden. Door de natuur een duwtje te geven en haar vervolgens zelf het werk te laten doen, werkt ARK aan rewilding, ook op zee. Onder andere door te onderzoeken hoe we opnieuw schelpdierriffen kunnen laten ontstaan. De riffen die schelpdieren als oesters vormen zijn namelijk letterlijk de basis voor een gezonde Noordzee: vissen en andere dieren gebruiken ze als kraamkamer, om in te schuilen en om van te eten. Bovendien breken de riffen golven, zo beschermen ze onze kust. Ooit bestond de bodem van de Noordzee voor een derde uit schelpdierriffen, maar door ziekten en overbevissing zijn ze bijna allemaal verdwenen.

Schelpdierbanken. Foto: Floor Driessen
Ooit was de bodem van onze Noordzee voor een derde bedekt met dit soort riffen. Foto: Floor Driessen

Gwenaël Hanon: “Het is heel spannend hoe de Rotterdamse oesterwiegen zich gaan ontwikkelen. Niet alleen wilde platte oesterlarven maar ook Japanse oesters, blauwe mosselen, muiltjes en enkele andere soorten uit de Rotterdamse haven hebben zich aan de lege oesterschelpen gehecht. Mogelijk zorgt deze diversiteit ervoor dat de Rotterdamse oesterwiegen sneller en beter een rijker schelpdierrif kunnen ‘kickstarten’. Dat gaan we de komende maanden en jaren onderzoeken. Het zou zomaar kunnen dat we hiermee een nieuwe schaalbare techniek hebben gevonden voor schelpdierrifontwikkeling op de Noordzee!”