U bent hier

Rugstreeppad gek op Zeeuwse bolussen

5-09-2020|DOORARK Natuurontwikkeling

In duingebied Oranjezon leven het hele jaar door konikpaarden en Hereford-runderen. De mest van deze dieren heeft een sterke aantrekkingskracht op jonge rugstreeppadjes. Vooral paardenmest blijkt aanlokkelijk. Niet alleen omdat de mesthopen grote aantallen vliegen en kevers aantrekken, maar ook doordat paardenmest uit een stapeltje losse ballen bestaat. Deze bolussen bieden vele schuilplekjes. Door de combinatie van schuilgelegenheid en voedselaanbod zijn jonge rugstreeppadjes gek op paardenmest.

Ideaal plekje voor de rugstreeppad

Vorig jaar is in natuurgebied Oranjezon op Walcheren een natte duinvallei door Het Zeeuwse Landschap in ere hersteld. Daardoor ontstond er kaal zand met vochtige laagtes. Een ideaal biotoop voor rugstreeppadden die er zich dit voorjaar massaal hebben voortgeplant. Deze vochtige valleien hebben ook hun aantrekkingskracht op de grazers. Zij vertoeven graag aan de waterkant en poepen daar dus ook. Dat blijkt een ideale combinatie voor de rugstreeppadden.

 

Rugstreeppad tussen de paardenpoep
Rugstreeppad tussen de paardenpoep (foto Esther Linnartz)

Schuilgelegenheid, voedsel en schaduw

Hoe ontkomt een rugstreeppad in de duinen aan de hitte op een heel warme dag? Als het te heet wordt graven de padjes zich in het duinzand in tot een diepte die vochtig en koel genoeg is. Maar de paardenmesthopen zijn een geliefd alternatief. Ze bieden schuilgelegenheid, schaduw en veel voedsel door de grote hoeveelheden vliegen en kevers die op de mest af komen. Zeker als de aanwezige dominante hengsten nog een keer over een bestaande hoop van een andere hengst of merrie heen poepen. De verse mest trekt nieuwe insecten aan en de oude mest biedt goede schuilgelegenheden. In elk hoopje leven wel tien tot twintig jonge rugstreeppadjes, soms samen met een jonge gewone pad.


De elf zichtbare rugstreeppadjes op deze konikmest vallen nauwelijks op.
De elf rugstreeppadjes op deze konikmest vallen nauwelijks op. (Foto: Esther Linnartz)

Liever bolussen dan vlaaien

Ook mest van runderen wordt benut als voederstation door jonge rugstreeppadjes. Doordat rundermest in platte vlaaien ligt, biedt deze wel minder schuilgelegenheid dan paardenmest en zijn er daardoor beduidend minder jonge padjes op te vinden.

Vijf rugstreeppadjes op konikmest (Bron: Esther Linnartz)
Vijf rugstreeppadjes op konikmest (foto: Esther Linnartz)

Poep moet leven!

In veel natuurgebieden leven grote grazers, zoals paarden en runderen, het hele jaar door vrij in de natuur. Ze blijven gezond door hun gevarieerde menukeuze, deels bestaand uit wormverdrijvende kruiden, en het ruime oppervlak waarop ze leven. Hierdoor is de kans op herbesmetting met wormen klein. Anders dan paarden en runderen op boerderijen hebben ze daardoor weinig last van maag-darmparasieten en worden dan ook niet of slechts bij hoge uitzondering met medicijnen ontwormd. Dat is goed nieuws voor de natuur. Voor andere dieren zijn de ontwormingsmiddelen namelijk giftig. En daarvan zijn de gevolgen groot: de medicijnresten komen in de mest terecht en blijven daar actief, waardoor ze geheel onbedoeld mestkevers en talloze andere nuttige insecten doden.

Een rugstreeppad klimt naar boven op een stapeltje konikmest
Een rugstreeppad klimt naar boven op een stapeltje konikmest (foto: Esther Linnartz)

Gezonde mest is een bron van leven

Mest zonder medicijnresten is daarentegen een bron van leven en biedt voedsel aan vele honderden soorten insecten en hun larven. De insecten zorgen ervoor dat de voedingsstoffen in de poep worden omgezet en verspreid, zodat deze door de vegetatie kunnen worden opgenomen. Vandaar dat ARK samen met partners het project ‘Poep moet leven!’ is gestart, om beheerders, boeren en bezoekers van natuurgebieden de waarde van medicijnvrije mest te laten zien..