U bent hier

Oesterbank boven Schiermonnikoog wemelt van nieuw leven

28-09-2020|DOORARK Natuurontwikkeling

Op 22 en 23 september bezochten duikende onderzoekers de door Wereld Natuur Fonds (WNF) en ARK aangelegde oesterbank bij de Borkumse Stenen, een zeegebied in de Noordzee ten noorden van Schiermonnikoog. De oesters die in 2018 zijn uitgezet, kregen in 2019 al nakomelingen. Dit jaar werd vastgesteld dat veel van de oesters nog in leven zijn en dat er weer een nieuwe generatie is voortgebracht. Nog belangrijker: de duikende onderzoekers zagen ook dat de oesters inmiddels een riffunctie vervullen. Het rif biedt een veilige plek voor onderwatersoorten die eerder niet op deze plek voorkwamen.

Duizenden oesters

In mei 2018 plaatste het Wereld Natuur Fonds samen met ARK duizenden oesters op de zeebodem in het gebied de Borkumse Stenen. Emilie Reuchlin, één van de duikers en werkzaam bij WNF: “We deden dit om de oesterriffen een ‘kickstart’ te geven. We hebben de platte oesters uitgezet op de zeebodem, voor een deel met behulp van 3D-geprinte zandstenen rifstructuren. Ook hebben we een aantal oesters in onderzoekskooien geplaatst, waarvan we de overleving, groei en voortplanting volgen. Daarnaast kijken we naar hoeveel verschillende soorten vissen en andere zeedieren op het oesterrif voorkomen ten opzichte van de omgeving. Ik ben erg enthousiast over de resultaten. De oesters zijn springlevend, zijn enorm gegroeid, planten zich voort en we hebben soorten ontdekt die we hier vorig jaar nog niet tegenkwamen”.

 

Nieuwe soorten op oesterbank

De duikers hebben soorten aangetroffen die eerder nog niet in het onderzoeksgebied zijn waargenomen, waaronder de kiezelkrab, tongschar, het egelslakje, en een flinke aanwas baksteenanemonen. Op veel oesters zijn dwerginktviseitjes afgezet en ook jonge schelpdieren vinden er hun vestigingsplaats. Ook werden op het rif grote garnalen, anemonen en veel zachte koralen aangetroffen. Soorten die allemaal een rif nodig hebben om te kunnen overleven. In de nacht zagen de onderzoekers botervis in gele paaikleuren, mul en slapende klipvissen die een veilig plekje vonden in rifstructuren. Er komt een flinke lijst aan soorten voor. Ze lijken zich inmiddels, mede dankzij de harde ondergrond die oesters bieden, te hebben gevestigd in het gebied. De resultaten bieden perspectief voor het herstel van de biodiversiteit in de Noordzee. Platte oesterbanken kwamen vroeger op grote schaal voor in de Noordzee. Tot begin vorige eeuw bestond zo’n dertig procent van de Noordzee uit oesterriffen. Deze oesterriffen en andere schelpdierbanken zijn grotendeels verdwenen door overbevissing, en werden daarbij verder aangetast door ziektes en koude winters.

Schelpdierbanken
Schelpdierbanken

Een soort koraalrif

Platte oesters zijn rifvormende soorten, die vergelijkbaar zijn met koraalriffen en dus een belangrijke functie hebben in de Noordzee. Ze vormen een kraamkamer voor haaien en roggen en vele andere soorten en zorgen voor voedsel en schuilplekken voor bijvoorbeeld jonge vis, garnalen, krabben, kreeften en zacht koraal; ze filteren het zeewater én kunnen ook nog een rol spelen bij kustbescherming. Uit onderzoek blijkt dat in vergelijking met een zandbodem er rond oesterriffen minimaal zestig procent meer verschillende zeedieren voorkomen.