U bent hier

BLOG: Met de steilrandgroefbij op het naaktstrand

23-07-2020|DOORARK Natuurontwikkeling

Op een zonnige dag in april sta ik een naakte man de levenswijze van de steilrandgroefbij uit te leggen. Mijn naam is Gert Elbertsen en in de eerste helft van 2020 heb ik stage gelopen bij ARK Natuurontwikkeling.

Voor mijn afstuderen aan mijn opleiding Bos- en Natuurbeheer zocht ik een boeiende stageplaats. ARK Natuurontwikkeling heeft mijns inziens een verfrissende blik op natuurbeheer; robuuste natuur realiseren en daarna de natuur vooral z’n werk laten doen. Toen ik hoorde dat ik mee mocht werken aan het stierenkuilenproject was ik direct enthousiast!


Die stierenkuilen worden gemaakt door stieren die, als pubers met ontbloot bovenlichaam in een discotheek, indruk proberen te maken op soortgenoten. Vroeger maakte het oerrund die kuilen. Toen dat dier in de zeventiende eeuw uitstierf verdwenen daarmee ook grotendeels de stierenkuilen. Ons gedomesticeerde rundvee maakt namelijk zo goed als geen stierenkuilen. Het interessante is wanneer we onze runderen in natuurgebieden laten verwilderen, door de populatie bijvoorbeeld een natuurlijke geslachts- en leeftijdsopbouw te geven, de stieren vanzelf weer stierenkuilen maken.

Sinds 2018 wordt door ARK'er Jeroen Helmer onderzoek gedaan naar die kuilen. Hoe verloopt de erosie en welke dieren maken gebruik van de stierenkuilen? Het viel Jeroen op dat één soort bij, de steilrandgroefbij, wel een heel duidelijke voorkeur leek te hebben voor stierenkuilen. Aan mij de taak dit eens onder de loep te leggen.

Die steilrandgroefbij is een solitaire, wilde bij en nestelt vrijwel uitsluitend in steilranden. In Nederland maken ze in ieder geval van drie steilrandtypen gebruik; veroorzaakt door erosie van stieren (stierenkuilsteilrand), van water (riviersteilrand) en van wind (duinsteilrand).  In deze steilranden worden nestgangen van een halve meter diep gemaakt. Hierin worden broedcellen gemaakt. Naar elke broedcel wordt stuifmeel gebracht en hier wordt een eitje op gelegd. De steilrandgroefbij komt wereldwijd alleen op plaatsen voor waar het oerrund vroeger leefde, maar is hier wel aan het afnemen. Dit deed mij des te meer vermoeden dat de steilrandgroefbij inderdaad een voorkeur heeft voor de stierenkuilsteilranden!

Steilrandgroefbij
Steilrandgroefbij

Ik onderzocht dit door in de maand april in de Ooijpolder bij Nijmegen de drie steilrandtypen te monitoren op het aantal nestelplaatsen van de steirandgroefbij. Dit deed ik door met een verrekijker of camera een steilrand te inspecteren en alle nestelende steilrandgroefbijen te tellen. Dit moet er erg bijzonder uit hebben gezien, veel voorbijgangers knoopten namelijk een gesprekje met mij aan. Zo ook soms een naakte man, twee stierenkuilsteilranden bleken namelijk op een naturistenplaats te liggen. Dit bood mij natuurlijk mooi de kans om mensen het belang van de runderen, bloemetjes en de bijtjes uit te leggen.

Uiteindelijk bleek de steilrandgroefbij ook echt meer te te nestelen in stierenkuilsteilranden dan in de andere steilrandtypen! Dit verschil wordt vermoedelijk veroorzaakt door een onevenredige verdeling van grondsoort, richting en (overstroming door) water over de drie steilrandtypen. Mijn voornaamste conclusie is dan ook dat er vooral nog veel onderzoek gedaan moet worden. Al met al heb ik een fantastische tijd gehad, we werden echt bij ARK betrokken, maar behielden tegelijkertijd een grote mate van zelfstandigheid. Ik kijk terug op een zeer leerzame en prettige tijd.

Gert Elbertsen, student Bos- en Natuurbeheer aan de WUR