U bent hier

Zalmdip in de Roer

15-07-2019|DOORARK Natuurontwikkeling

Het warme en droge jaar van 2018 heeft ook het zalmproject voor de Roer parten gespeeld. In het voorjaar van 2018 zijn slechts drie volwassen zalmen, waarvan twee vrouwtjes, gevangen in de vispassage te Roermond. Ook de regelmatige opening van de Haringvlietsluizen heeft hier nog niet meer teruggekeerde zalmen opgeleverd.

De ECI-vispassage ligt bij de ingang van de Roer. Doordat passerende vissen hier continu in de gaten worden gehouden, weet men precies wat er in en uit de Roer zwemt. Zalmen komen hier langs op weg naar de paaigronden. Zalmen die hier gevangen worden gaan naar de Belgische zalmkwekerij in Érezée waar zalmeitjes van de vissen worden afgestreken. De zalmeitjes worden uitgebroed en later weer vrijgelaten. Door de ideale omstandigheden tijdens het opkweken en de afwezigheid van bijvoorbeeld roofdieren vergroot dit hun kans op overleven.

Jonge zalmen uitzetten in zijbeek van de Roer
Jonge zalmen uitzetten in zijbeek van de Roer


Nieuwe generatie

In 2019 heeft dit 14.445 zalmeitjes opgeleverd, die samen met nog eens 103.100 eitjes uit de Franse kwekerij in Chanteuges, zijn uitgebroed in de kwekerijen in Érezée en het Duitse Obermaubach. De opkweek van zalmeitjes wordt gespreid over twee kwekerijen om het risico van verlies van deze zeldzame trekvissen te spreiden.

De opkweek van de jonge visjes is dit jaar prima verlopen met weinig uitval en vanaf eind mei zijn maar liefst 109.513 jonge zalmpjes uitgezet. Allereerst in de hoofdstroom van de Duitse Roer bij Düren. Daarnaast zijn in enkele geschikte Duitse zijbeken van de Roer uitzettingen gedaan. Dit zijn de Kall, Wehebacht, Vicht en de Duits-Nederlandse grensbeek de Roode Beek bij Vlodrop. Het lijkt er op dat de Vicht, een prachtige zijbeek in de buurt van Aken, ook veel potentie heeft als paaigebied voor de zalm.

Jonge zalmpjes die worden uitgezet
Jonge zalmpjes die worden uitgezet

De zalmpjes die hier worden uitgezet, zijn het begin van een nieuwe populatie zalmen in de Roer en Maas. Als deze groot zijn, komen ze weer terug naar de uitzetplekken om zich voort te planten. Elk jaar is het weer spannend te ontdekken wat er terugkomt. Als trekvissen zwemmen ze tussen zoet en zout water voor hun voortplanting. Nu de Haringvlietsluizen regelmatig op een kier gaan, is het interessant om te zien of dit effect gaat hebben. De verwachting is van wel, want hierdoor wordt de Noordzee beter met de Rijn en Maas verbonden.

Meer zalmen, maar niet in Roermond

Dat er de afgelopen periode meer zalmen de Maas zijn opgetrokken bewijst wel de vangst van maar liefst 31 grote zalmen bij de stuw van Lith (bij Oss) in de afgelopen wintermaanden december en januari. Deze vissen zijn voorzien van een zender en kunnen dus op hun trekweg worden gevolgd. Tot nu toe is van deze groep echter nog geen enkele zalm teruggezien bij de vispassage in Roermond. In Lith doet Rijkswaterstaat al een aantal jaren onderzoek naar optrek van zalmen, maar wat er precies met deze groep is gebeurd blijft nog een vraag.

Omdat het aantal in Roermond (en België) terug gevangen gezenderde zalmen de afgelopen jaren blijft tegenvallen, moet onderzoek uitwijzen waar deze zalmen gebleven zijn en wat en waar de knelpunten zijn. Zo is ook dit voorjaar van 2019 in de ECI-vispassage nog geen enkele zalm gevangen en het lijkt er op dat het openen van de kier in de Haringvlietdam tot op heden nog niet meer optrekkers in de Roer oplevert. Reden om dit te blijven monitoren en met partners te overleggen wat hier aan verbeterd kan worden.

Een andere mogelijke reden voor de slechte optrek is de hoge riviertemperatuur het afgelopen jaar. De maximale temperatuur die zalmen lange tijd kunnen overleven ligt op 23 graden Celsius. De Roer is afgelopen zomer 25 graden geweest en de Maas zelfs 28 graden. Ook eind juni van dit jaar was de Maas al bijna 28 graden in Maastricht. De hoge watertemperatuur wordt vooral veroorzaakt door opgewarmd koelwater van Belgische elektriciteitscentrales langs de Maas, maar ook het warme en droge jaar van 2018 was van invloed.

Atlantische zalm
Atlantische zalm

Zalm terug in Roer en Maas

Ooit was de Maas en zijn zijrivieren, een belangrijke rivier voor echte riviervissen als de barbeel, kopvoorn, sneep en elft. Maar ook de zalm wist zijn weg hier naar toe te vinden. De Geul en de Roer, waarvan de monding in Roermond ligt, waren belangrijke plekken voor de zalm. Voormalige paaigronden van de zalm in de Roer lagen op de grens met Duitsland en in de Duitse Eifel. Rond de jaren 60 van de vorige eeuw verdween de zalm helaas uit Nederland.

Nadat in 1996 door Duitse sportvissers paaibedden van zalmen zijn ontdekt in de Duitse Roer, heeft de Duitse Angelverein Düren het initiatief genomen voor een herintroductie van de zalm in de Roer. Sinds 2000 werkt de Visserij Beheer Commissie Roerdal samen met de Duitse groep vrijwilligers van de Angelverein Düren aan de terugkeer van de zalm in de Maas en de Roer. Zij zijn verbonden aan het Duitse projekt Lachs 2020 Nordrhein-Westfalen. Zo wordt al ruim 23 jaar gewerkt aan de terugkeer van de zalm in de Roer.

ARK Natuurontwikkeling en de Nationale Postcode Loterij ondersteunen de werkzaamheden van de 40 vrijwilligers in Nederland en Duitsland, die zich belangeloos inzetten voor de terugkeer van de zalm in het stroomgebied van de Maas.

Hier worden de jonge zalmpjes uitgezet
Op dit soort plekken worden de jonge zalmpjes uitgezet