U bent hier

Oehoe in de Millingerwaard

20-11-2019|DOORARK Natuurontwikkeling

Pats! Dat was nummer twee. Verschrikt, met de bek open en de veren opgezet, kijkt de imposante uil weer omhoog. De drie zwarte kraaien, die hem al de hele tijd uitschelden en schijnaanvallen op hem uitvoeren, breken nu takken af boven de oehoe en weten hem daar ook mee te raken. Toevallig ontdekt door het personeelsuitje van ambtenaren van de Provincie Overijssel, laat de vogel zich uitgebreid bewonderen, zittend op een tak vlakbij de hoofdstam van een wilg in het moerasbos van de Millingerwaard. Tegen het vallen van de avond druipen de kraaien af, wetende dat binnen een half uur de rollen omgedraaid zullen zijn.

Schets van oehoe in Millingerwaard door ARK-illustrator Jeroen Helmer
Schets van oehoe in Millingerwaard door ARK-illustrator Jeroen Helmer

 

Grootste uil van Europa

De oehoe heeft, na uitgebreide herintroductieprogramma’s in Duitsland, zijn leefgebied uitgebreid tot ver in Nederland. Toch blijven broedgevallen veelal beperkt tot de mergelgroeven bij Maastricht, Zuid-Limburg en een steengroeve bij Winterswijk. Waarnemingen als deze buiten het kerngebied zijn nog steeds zeldzaam. Al twee jaar eerder heeft de ‘arenduil’, met zijn 70 centimeter lengte en 190 centimeter spanwijdte de grootste uil van Europa, in de heuvels bij Nijmegen gebroed. De nieuwe waarneming stemt hoopvol dat het gebied nog steeds geschikt lijkt voor oehoes.
De oehoe heeft een geschiedenis van achtervolging achter de rug. Zoals zijn vakbroeders de roofvogels is hij om het bemachtigen van het makkelijke pluimvee van boeren en het kleinere wild van jagers fanatiek vervolgd en vergiftigd. Met ook nog de toename van woningbouw en verkeer in dit overbevolkte landje leek de kans voor grote roofdieren in Nederland wel verkeken.

Terugkeer van toppredatoren

Des te verrassender is de ontwikkeling van de laatste twee decennia dat grote predatoren als wilde kat, zeearend, wolf en oehoe Nederland weer binnentrekken en zich er ook voortplanten. De strikte bescherming, die deze tot de verbeelding sprekende soorten in Europa sinds de tweede helft van de vorige eeuw genieten, blijkt uiteindelijk zijn vruchten af te werpen. Er is eten in overvloed in onze voedselrijke delta, zodat deze dieren hun rol als toppredator weer met verve kunnen vervullen. Prooidieren kunnen niet meer gezapig de hele tijd op de beste plekjes verblijven: ze zullen zich daar op gaan houden waar hun plaaggeest meer moeite heeft om ze te vinden. Dat heeft weer gevolgen voor de planten of dieren die die prooidieren eten. Die binden in op plaatsen die door de prooidieren voor het eerst bezocht worden, om op te veren op oude plekken waar de druk van de ketel gaat.