U bent hier

Bronstige stier laat schoorsteen roken

19-08-2019|DOORARK Natuurontwikkeling

Stierenkuilen bieden vestigingsplekken voor de zeldzame schoorsteenwesp Odynerus melanocephalus. Deze wesp gedijt in kruidenrijke natuurontwikkelingsgebieden maar wil er dan wel graag een stukje bodemwoeling bij. In een zomerserie over stierenkuilen presenteert ARK-onderzoeker Jeroen Helmer zijn verrassende ontdekkingen. Deze keer: een charmant bouwvakkertje in de stierenkuil.

Stier graaft eigen kuil
Stier graaft eigen kuil (foto Leo Linnartz)

Hormoongestuurde kuilen

Bodemwoeling (ook wel bioturbatie genoemd) is een eeuwenoud natuurlijk proces. De zandbaden die paarden en wisenten maken bijvoorbeeld, of het gewroet van zwijnen. Een zeldzame wesp die merkwaardige schoorsteentjes bouwt in met name het rivierengebied lijkt een voorkeur te hebben voor een andere vorm van bodemwoeling: stierenkuilen, de kuilen die de stieren maken in de bronsttijd.
Als meerdere stieren in een terrein aanwezig zijn, stijgen de hormonen in het voorjaar naar de kop. Ze dagen elkaar uit door hun flanken te tonen: de stier op zijn grootst. Ook schrapen ze met hun hoeven over de grond, gooien het zand over zich heen en schuren met hun schouders, hals en kop. En als ze dat regelmatig op dezelfde plek doen, ontstaat een serieuze stierenkuil met steilranden van soms wel een meter hoog.
Het vrouwtje van de schoorsteenwesp Odynerus melanocephalus verschijnt eind mei en blijft tot eind juni bij die stierenkuilen, juist de tijd dat de stieren het actiefst zijn.

Het vrouwtje van de schoorsteenwesp verschijnt opvallend genoeg bij de stierenkuil als de stieren het meest actief zijn
De schoorsteenwesp verschijnt opvallend genoeg bij de stierenkuil als de stieren het meest actief zijn (foto Jeroen Helmer)

Schoorsteenbouwers

Onderzoek van ARK Natuurontwikkeling in samenwerking met Wageningen Universiteit in de Gelderse Poort heeft al aangetoond dat de steilranden in trek zijn bij tal van bijen en wespen. Maar de schoorsteenwesp in kwestie lijkt juist de directe omgeving ervan te waarderen. Ofwel net buiten de kuil in de puinwaaier van het stiergeweld, ofwel in de kuil zelf. Een enkele keer bouwt een wesp haar schoorsteentje op een afgevlakte steilrand. De bouwvoorschriften voor de schoorstenen eisen wel dat de kuil in leemhoudende grond ligt.
Mevrouw wesp - de mannen bouwen niet mee en bezoeken alleen bloemen - behoort tot de leemwespen en is een opvallende, gracieuze verschijning. Ze heeft een wespentaille en is een helder getekende zwarte wesp met strakke dunne roomwitte ringen op het achterlijf, lichtgele vlekjes op de voorkant van het borststuk, achter de ogen en tussen de voelsprieten. De vleugels zijn donkerbruin berookt met oranje gloed aan de basis en de poten zijn helder oranje.

De schoorsteenwesp bouwt zijn schoorsteentje
De schoorsteenwesp bouwt zijn schoorsteentje (foto Jeroen Helmer)

Bouwen met bolletjes

Met veel enthousiasme gaat het vrouwtje van de schoorsteenwesp aan het werk. Eerst zoekt ze zorgvuldig een plek uit op de door de stier opgeleverde kale grond, maar niet te ver van vegetatie. Ze besnuffelt de grond uitgebreid met haar voelsprieten. Als ze haar keuze heeft gemaakt stijgt ze op en vliegt rond in steeds groter wordende cirkels tot een meter doorsnede, maar met haar ogen onafgebroken gericht op haar plek om die te kunnen herkennen bij terugkomst. Dan vliegt ze naar de rand van een plas op een overzichtelijke en dus veilige plaats om een flinke teug water in te nemen. Eenmaal terug op de bouwlocatie spuugt ze het water op haar plekje, schraapt met haar kaken de natte kleideeltjes los en kneedt er met haar voorpoten en kop kleine leembolletjes van. Deze drukt ze vervolgens met haar midden- en achterpoten aan op de rand van het kuiltje. Dit ritueel, met af en toe een watervlucht, herhaalt zich totdat er na ongeveer een kwartier een één centimeter hoog schoorsteentje rondom een holletje is verrezen, enigszins bloempotvormig. Als een echte stukadoor strijkt ze vervolgens de binnenwand met water glad. Daarna gaat ze door met graven aan de gang en de cellen voor het broed. De overtollige klei in grotere bolletjes brengt ze een eindje weg. Zo werd een keer waargenomen dat ze de bolletjes telkens naar een zwarte mosterdplant bracht, 30 centimeter verderop.

Schoorsteenwesp vliegt in stierenkuilnest
 

Keverlarven als voedsel

Als een broedcel klaar is zet ze op de celwand een gesteeld eitje af. Dan gaat ze op jacht naar voedsel voor haar kroost. Dat zijn vooral de rupsachtige groene larven van de gewone luzernekever, een snuitkeversoort. Maar ze is kieskeurig: de larve komt slechts in aanmerking als deze hopklaver heeft aangevreten. Binnen de kortste keren vindt ze die larven en brengt de één na de ander met een interval van slechts een paar minuten naar het hol. Deze larven zijn door het gif van haar angel verlamd, dus lang vers. Er gaan er wel twintig van in de cel. Na twee tot drie cellen gevuld te hebben breekt ze de schoorsteen af en gebruikt de vrijgekomen leem om het hol onvindbaar dicht te smeren. De larve die uit het eitje sluipt doet zich tegoed aan de keverlarven en spint zich na een week in. Het volgende voorjaar verpopt de larve zich en kruipt wat later uit de grond als volgroeide wesp.

Oude stierenkuil waar de schoorsteenwesp haar nesten bouwt
Oude stierenkuil waar de schoorsteenwesp haar nesten bouwt (foto Jeroen Helmer)

Oerproces door natuurlijke kuddes

Dit jaar heeft de schoorsteenwesp het slim aangepakt door haar nesten in een verlaten stierenkuil te maken. De kans dat deze verloren gaan door balorige stieren is dan erg klein. Maar ook deze kuil is het resultaat van hormoongedreven bodemwoeling door stieren. Dit tienduizenden jaren oude oerproces ontstaat als runderkuddes een natuurlijke samenstelling hebben met meerdere stieren. Staatsbosbeheer investeert in de Gelderse Poort al tientallen jaren in sociaal complete kuddes onder beheer van de Foundation for Restoring European Ecosystems (FREE). Deze dieren zijn vrij van antibiotica en insecticiden en mogen ongestoord hun gang gaan. Dat levert schone poep op waar onder andere honderden soorten ongewervelden van profiteren en een steeds veranderend landschap doordat de dieren er grazen, snoeien en zandbaden nemen. Dit alles geeft de biodiversiteit een sterke impuls.
Stierenkuilen zijn grofweg duizend jaar weg geweest als beeldbepalend element in het landschap. Sinds de introductie van natuurlijke kuddes 35 jaar geleden zijn ze weer terug in de Nederlandse natuur en herstelt de wisselwerking met planten en dieren zich weer.

ARK stimuleert wilde, robuuste natuur

ARK Natuurontwikkeling verlegt al dertig jaar grenzen voor wilde, robuuste natuur. Het herstel van natuurlijke processen en weer sluiten van de kringlopen zijn daarbij essentieel. Voorbeelden daarvan zijn het terugbrengen van begrazing door herten, wilde paarden en runderen, het laten liggen van kadavers voor aaseters en van dood hout voor insecten en paddenstoelen.
 

Eerder verscheen in deze serie

- Steilrandgroefbij wacht duizend jaar op bronstige stier
- 85 mannen in een stierenkuil

In het volgende deel van de zomerserie over het stierenkuilenonderzoek: leemwespen forenzen naar de stierenkuil