U bent hier

85 mannen in een stierenkuil

21-07-2019|DOORARK Natuurontwikkeling

Over insectenhotels gesproken: 85 mannen van de bijenwolf, een graafwesp, hebben voor zeker een maand een stierenkuil geboekt in de natuurlijk begraasde uiterwaarden van de Ooijpolder bij Nijmegen. De kuilen die de stieren maken in de bronsttijd blijken grote aantallen insecten te herbergen. Een walhalla voor onder andere de bijenwolf.

Bijenwolf (Foto: Jeroen Helmer)
Bijenwolf (Foto: Jeroen Helmer)

Stiergeweld

Stieren in een natuurlijke kudde vertonen bronstgedrag. Jonge, opgroeiende stieren dagen de dominante stieren uit. Dat zorgt bij beide partijen voor opgejaagde hormonen. Om hun opwinding te koelen en om indruk te maken trappen ze de grond open en gooien het zand over hun rug. Zo ontstaat een kuil. Omdat de stier ook nog met zijn kop stukken van de kuilwand afbreekt en met zijn schouders schuurt ontstaat er vaak een steilrand. Dit soort steile randen zijn schaars in de natuur en zeer in trek bij insecten. Ze profiteren van het feit dat ze bij zo’n steilrand het zand uit de gangen makkelijk kunnen afvoeren en minder last hebben van inregenen. Er loopt niet allerlei kruipend gedierte in het hol en er ontstaat een warmer microklimaat. ARK Natuurontwikkeling doet samen met Wageningen Universiteit onderzoek naar de relatie tussen de dynamiek van stierenkuilen en de aanwezigheid van insecten en planten.

Stierenkuil ((Foto: Jeroen Helmer)
Stierenkuil ((Foto: Jeroen Helmer)

Overnachten in de mannenkuil

Het onderzoek levert elk jaar bijzondere resultaten op. Dit jaar is het met name de bijenwolf die de aandacht trekt. De bijenwolven zijn in groten getale aanwezig, waarschijnlijk door het uitzonderlijk droge seizoen vorig jaar. In een kuil in de Ooijpolder met ruim 1700! insectengaten zijn bijenwolfmannen goed vertegenwoordigd. Dat juist deze kuil zo goed bewoond is ligt aan de veelvuldige afwisseling tussen zand-en leemlaagjes. In het zand kunnen ze uitstekend graven terwijl de kleilaagjes voor de stevigheid zorgen. De bijenwolven gebruiken de holen echter alleen om te overnachten. Overdag zijn ze vooral bezig met bloembezoek. Zo zijn het nuttige bestuivers. Maar als er regen dreigt, komen ze massaal weer terug naar de kuil.

Bijenwolf mannen (Foto: Jeroen Helmer)
Bijenwolf mannen (Foto: Jeroen Helmer)

Vrouwen houden van rust

Tegen zoveel testosteron kunnen de bijenwolvinnen niet op, dus geen bijenwelpjes dit jaar in die stierenkuil. Maar in een verlaten kuil, een eind verderop, vechten de dames elkaar de tent uit voor een plekje op de eerste rang. Daar bevinden de nesten zich onder de steilrand in het vlakke deel van de kuil op enkele centimeters van elkaar. De één na de ander komt zeer rustig en gecontroleerd, met gevoel voor theater, buik aan buik met een vers gevangen honingbij de kuil invliegen. Vaak is de ingang van het hol niet eens te zien. Bijenwolven hebben namelijk de gewoonte om het hol na het inbrengen van de prooi met zand af te sluiten. Zelf weet ze de ingang feilloos te vinden door zich te oriënteren op de omgeving. De bij is bedoeld als voedsel voor haar larve en niet dood, maar verdoofd doordat ze hem met haar angel heeft gestoken. De bij wordt in een cel gebracht bij andere verlamde en dus verse prooien. 2 tot 3 stuks voor een mannelijke larf en 4 tot 6 voor een vrouwelijke. Dan legt ze een eitje op de laatste bij waaruit een larve komt die zich in een week tijd door de bijen heen vreet en zich inspint. Pas het volgend voorjaar verpopt hij zich en sluipt het hol uit.

De kuil met deze bijenwolvenkolonie wordt al een paar jaar niet meer gebruikt door de stier en is al deels begroeid geraakt met gras en andere kruiden. Het risico dat hun nesten door het stierengeweld verloren gaan is hier een stuk minder groot.

Dynamiek

Toch hebben een aantal vrouwen van de bijenwolf ook in de steilrand van een zogenaamde actieve kuil een nest gegraven. Om de dynamiek van de stieren het hoofd te bieden zijn ze in staat gangen van maar liefst een meter lang te maken. De maximale lengte tot nu toe tijdens het onderzoek gemeten bedraagt 35 centimeter. Voor de zijkanten van de hoefijzervormige kuil lijkt dat ruim voldoende. De paar holen die in het centrum van de stierenkuil zijn gegraven gaan waarschijnlijk verloren. Daar is de afslag van de steilrand sinds eind maart in drie ‘stiersessies’ al 8o centimeter. Weliswaar vond deze erosie vóór de komst van de bijenwolven plaats, maar hun larven moeten nog een vol jaar lang hun verblijf onder de grond overleven en al die tijd kan de stier of een koe die haar vacht wil schuren terugkomen.

Bijenwolf met bij (Foto: Jeroen Helmer)
Bijenwolf met bij (Foto: Jeroen Helmer)