U bent hier

Droogte langs de rivier

30-10-2018|DOORARK Natuurontwikkeling

De extreem lage waterstanden van de Waal en Rijn zijn bijzonder. Landplanten groeien op plekken waar anders vissen zwemmen en schepen varen met minder dan halve lading in de ondiepe rivier. Maar verdroging van de uiterwaarden is een probleem van alle jaren. En de oorzaak daarvan ligt in de insnijding van de rivier. Als die insnijding gestopt kan worden, dan is dat goed nieuws voor natuur, landbouw en scheepvaart.

Deze week is er dan eindelijk een flinke hoeveelheid neerslag gevallen in Europa. Vooral in de Alpen viel er veel sneeuw en regen. Maar het stroomgebied van de Rijn bleef buiten schot. En ook de komende dagen lijkt de verwachte neerslag vooral buiten het stroomgebied van de Rijn te vallen. Daarom blijft de afvoer van de Rijn ontzettend laag en hangt het waterpeil rond recordlaagte. De langdurige droogte zorgt dus voor een uitzonderlijke situatie.

De lage waterstanden hebben grote gevolgen. Voor de scheepvaart, inlaat van drinkwater, maar ook voor planten en dieren. Wie nu bij de Waal gaat kijken ziet grote delen van de bodem droog liggen. Kribben liggen er verloren bij op glooiende ruggen van brede zandstranden. Geulen en plassen in de uiterwaarden zijn deze zomer al drooggevallen waardoor er volop planten zijn gaan groeien. Amfibieën, bevers en vissen moeten zich ergens anders zien te redden of zijn vogelvoer geworden. De verandering en de veerkracht die de natuur nu laat zien is buitengewoon interessant.

Bruin cypergras
Bruin cypergras profiteert van de lage waterstanden

Maar ook in minder extreme situaties zal de riviernatuur zich moeten aanpassen aan droogte. Door de jaren heen zijn de uiterwaarden namelijk steeds verder verdroogd, en deze ontwikkeling zal zich doorzetten. Dat zit zo:

Door aanleg van zomerdijken en kribben hebben we het rivierbed de afgelopen eeuwen veel smaller gemaakt. Het water stroomt nu veel harder waardoor de rivierbedding uitschuurt en het zand stroomafwaarts verdwijnt. Door deze erosie komt de rivierbodem ieder jaar tot wel twee centimeter lager te liggen. Sinds 1900 is hij op sommige plaatsen dan ook al meer dan twee meter gedaald. Bij hoge afvoeren overstromen de uiterwaarden door de zomerdijken minder vaak. En als ze dan toch overstromen, dan blijft daar veel zand en klei achter. Zo komen de uiterwaarden dus steeds hoger en droger te liggen.

Wandelen door een drooggevallen geul in de Leeuwense Waard
Wandelen door een drooggevallen geul in de Leeuwense Waard

Daarmee heeft het insnijden van de rivier ook voor de natuur grote gevolgen. Als uiterwaarden droger worden, dan zullen als eerste plas-dras en moerasnatuur verdwijnen. Voor paaiende en opgroeiende jonge vis en allerlei bijzondere moerasvogels is dit bijvoorbeeld een probleem.

Onderzoekers verwachten dat door klimaatverandering vaker lange periodes van droogte gaan optreden. Dit versterkt bovenstaande problemen. We staan in het rivierengebied nu dus voor een grote opgave: een oplossing om het insnijden van de vaargeul tot stilstand te brengen. Oplossingen lijken het weghalen van zomerdijken, aanleg van nevengeulen en afgraven van de kleilaag. Dat zorgt ervoor dat er vaker méér water in nevengeulen door de uiterwaarden zal stromen. En bij hoge afvoeren kunnen de uiterwaarden eerder meestromen.  Op deze manier worden uiterwaarden natter en bovendien neemt de stroomsnelheid in de vaargeul af waardoor het water daar minder zand wegschuurt.

De huidige lage waterstanden zijn dus niet alleen een mooi moment om met eigen ogen te kunnen zien hoe de natuur daar op reageert, maar ook om ons te bezinnen over oplossingen voor de erosie van de rivierbodem.