U bent hier

BLOG: Wisentvraat

23-08-2018|DOORARK Natuurontwikkeling

Hallo beste lezer, mijn naam is Espen Renes en ik ben een student Bos en Natuurbeheer aan van Hall Larenstein. Tijdens mijn opleiding heb ik de specialisatie Beheer van Bos en Natuur gedaan. Ik heb afgelopen periode stage gelopen bij ARK Natuurontwikkeling waar ik onderzoek heb gedaan naar de invloed van wisentvraat aan bomen en struiken in het bos.

Ik liep al direct tegen een probleem aan: het is niet te zeggen of de schade door een wisent of een Exmoor pony komt, doordat beide dieren dezelfde struiken en bomen eten. Dit komt echter in de natuur vaker voor en daar moeten we als onderzoekers mee leren leven. Dus ging ik aan de slag om mijn gegevens te verzamelen. Dit deed ik met behulp van 'transecten'. Dit zijn vooraf bepaalde lijnen waarlangs ik door het bos liep en keek of schade ik aantrof. Vaak was het even zoeken naar het beginpunt van deze transecten, want ik had ze vooraf bepaald via de computer en doordat er geen echte paden door het gebied lopen waren deze soms lastig te vinden. Als ik het begin had gevonden zette ik de transecten uit en begon ik met het verzamelen van de gegevens. Als er schade aanwezig was noteerde ik de soort van de boom of struik, de hoogte, de diameter, het aantal stammen en het type schade.

Er waren 5 types schade waar ik naar keek: snoeischade, schilschade, omduwen, breken en uittrekken. Snoeischade is wanneer de wisent (of Exmoor pony) een takje afbijt. Het lijkt dan of er iemand langs is geweest met een snoeischaar. Bij het schillen wordt de bast van de boom afgehaald. Bij het omduwen, breken en uittrekken is er gebeurd wat de naam zegt. Het breken heeft echter nog een tweede categorie: het vlechten. Dit is wanneer de wisenten met hun horens de takken draaien. Hierdoor kan het gebeuren dat er verschillende takken met elkaar worden verweven, vandaar de naam vlechten. Dit is belangrijk om naar te kijken omdat dit andere gevolgen heeft voor de soort dan het breken. Bij het breken zijn vaak alle verbindingen naar de bovenkant van de tak gebroken, terwijl deze bij vlechten nog intact kunnen zijn. Dit zorgt ervoor dat de takken die gevlochten zijn nog kunnen doorgroeien, terwijl dit bij breken niet het geval is. Daarnaast wordt het vlechten alleen gedaan door de wisenten aangezien de Exmoor pony’s geen horens hebben en deze nodig zijn voor het vlechten. Toen ik alle gegevens had verzameld in het veld, ging ik aan de slag met het verwerken van deze gegevens en het trekken van een conclusie. De conclusie van mijn onderzoek is: de meeste bomen en struiken met schade zijn (relatief) hoog en dun. Dit betekent dat ze hoger zijn dan 2 meter en dunner dan 10 centimeter. De hoogte is gemeten tot 2 meter omdat wisenten niet bij de bladeren en takken boven de 2 meter kunnen. Deze kenmerken waren bij alle beschadigde soorten het meest aanwezig.

Tijdens deze stage heb ik een hoop geleerd, vooral over het doen van ecologisch onderzoek. Daarnaast heb ik ook veel geleerd over ARK en, misschien wel het belangrijkste, veel over mijzelf. Dus al met al was het een zeer geslaagde stage.

Espen Renes, student HBO Bos- en Natuurbeheer op Van Hall Larenstein te Velp