U bent hier

Kier Haringvliet goed voor trekvissen

11-04-2017|DOORARK Natuurontwikkeling

Op 27 maart 2017 stond er in het Algemeen Dagblad en de Provinciale Zeeuwse Courant een artikel over sportvissers die de gevolgen vrezen voor de visstand van het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen in 2018. Hoewel niet exact te voorspellen is wat  het effect zal zijn, stellen visexperts van Sportvisserij Nederland dat de kier voor de visstand veel voordelen biedt ten opzichte van de huidige situatie.

Monding van de Rijn en Maas

Met de Kier, zoals het op een kier gaan van de Haringvlietsluizen vanaf 2018 wordt genoemd, gaan we een klein beetje terug naar de oorspronkelijke situatie toen het Haringvliet nog deel uitmaakte van een vrij afstromend en ecologisch gezond riviersysteem. Het Haringvliet is de monding van de twee grote West-Europese rivieren Rijn en Maas. Voor de voltooiing van de Haringvlietdam in 1971 een dynamische delta waar trekvissen als zalm en steur in en uit konden zwemmen, en een zeer voedselrijk leefgebied voor talrijke vissoorten.

Verbinding zee naar rivier

Met de Kier zal de Haringvlietdam gedurende een groot deel van het jaar weer vrij passeerbaar zijn voor diverse vissoorten. Denk aan de aal, zeeforel, fint, haring en spiering. Soorten die door de kier weer hun paai-, opgroei en / of leefgebied op de rivier kunnen bereiken. Daarnaast is de kier ook voor zout-tolerante zoetwatersoorten als snoekbaars, snoek en baars belangrijk. Nu spoelen grote hoeveelheden zoetwatervis –en dan hebben we het letterlijk over duizenden kilo’s per dag(!)- uit, wanneer rivierwater afgevoerd wordt in zee. Deze vissen kunnen in de huidige situatie niet terugzwemmen, omdat de sluizen alleen met vloed openstaan. Er wordt dan rivierwater gespuid en de stroming is voor vrijwel de meeste vissen te sterk om tegenin te zwemmen. Vanaf 2018 staan de sluizen ook met eb een stukje open en daarmee is er een weg terug voor deze vissen.

Meer voedsel

Herstel van vismigratiemogelijkheden door de kier zal verder zeker leiden tot een verhoogde intrek van spiering, sprot en jonge haring (bliek). En dat is een welkome voedselbron voor roofvissen als snoekbaars en baars die veel te vinden zijn in het Haringvliet. Juist in vrij afstromende riviersystemen blijkt dat deze roofvissen gedurende bepaalde periodes actief naar het zoute water trekken om zich daar te goed te doen aan spiering, sprot en bliek. Sowieso staan brakwaterzones, zoals die ook verwacht wordt rond de Haringvlietdam wanneer de sluizen op een kier gaan, bekend om de voedselrijkdom waar het hele systeem van profiteert.

Samenwerken voor een optimaal resultaat

Rijkswaterstaat gaat in 2018 voorzichtig starten met de kier en heeft organisaties als Sportvisserij Nederland uitgenodigd actief mee te kijken en de resultaten nauwkeurig te volgen. Een van de punten waar Sportvisserij Nederland graag over meedenkt is de periode in het jaar dat de Rijn weinig water afvoert. De sluizen gaan dan dicht, zodat het zoute water niet te ver het Haringvliet op stroomt. Dit zal zijn effect hebben op het systeem en de vissen. De toekomst zal moet leren hoe dergelijke droge perioden door een actief beheer van de kier het beste kunnen worden opgevangen ten gunste van de visstand.

Ondanks dat we niet precies kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren, staat vast dat de visstand in positieve zin zal veranderen. Trekvissen als zalm en steur kunnen de rivier weer opzwemmen vanaf de zee. Voor zouttolerante zoetwatervissen komt er een weg terug wanneer ze met het spuien in zee terecht komen en is er meer voedsel beschikbaar. Andere zoetwatervissen schuiven periodiek wat op richting het Hollands Diep. Kierkoudwatervrees is dus niet nodig, aldus Sportvisserij Nederland.

Foto steur: www.onderwaterbeelden.nl