U bent hier

Grote grazers niet voeren

23-01-2017|DOORARK Natuurontwikkeling

In de winter redden de wildlevende paarden en runderen in de natuurgebieden zich uitstekend. Met hun dikke vacht houden ze de kou van het lijf en bij een gemene wind zoeken ze beschutting in het bos, achter een heuveltje of lekker dicht bij elkaar. Ook kunnen ze goed leven van het voedsel dat de natuur in de winter te bieden heeft, zoals dorre grassen, brandnetels, distels en andere kruiden. Twijgen en bast staan eveneens op het menu. En als op een wintermiddag het zonnetje schijnt, is er zelfs verse rauwkost, want het gras wil dan best een beetje groeien. Ligt er een pak sneeuw? Geen paniek, want de grazers duwen het gewoon met hoeven of snuit opzij.

Op de vruchtbare oevers komen de grazers niks te kort. Temeer omdat ze zich in de maanden daarvoor rond gegeten hebben aan de overdaad van de zomer. Met deze vetvoorraad komen ze de winter goed door. Sterker nog: de grazers zullen blij zijn als ze in het voorjaar eindelijk verlost zijn van hun vetballast!  Vergeet niet: met de nieuwe zomer voor boeg zullen ze wederom tientallen kilo’s vet erbij krijgen.

Konikpaarden redden zich prima in de winter (foto: René Deneer)
Konikpaarden redden zich hier langs de Grensmaas prima in de winter (foto: René Deneer)

 

Ja maar…

In een winter als deze blijkt dat niet iedereen overtuigd is van de zelfredzaamheid  van de paarden en runderen in de natuur. De dieren krijgen soms wortels, aardappelschillen en groenteafval gebracht. Dat is goed bedoeld, maar toch is het een slechte ontwikkeling als mensen op eigen houtje gaan bijvoeren. Bijvoeren is niet nodig en het heeft nare gevolgen, met name voor de paarden. Door deze te voeren, worden ze opdringerig en intimiderend voor bezoekers. Ze kunnen zelfs gaan bijten als ze hun zin niet krijgen. Een paard dat (onschuldige) wandelaars op deze manier lastig valt, loopt groot risico linea recta afgevoerd te worden naar het slachthuis. Erg jammer als een dier, of zelfs een hele kudde, om die reden moet worden verwijderd.

Hoe het hoort

Paarden en runderen die nooit geleerd hebben dat er een link bestaat tussen mensen en hapjes (wortels, appels, brood en ander lekkers) of tussen mensen en knuffels (aaien, kloppen, krabben) vertonen prima gedrag richting publiek. Ze houden afstand van de in hun ogen oninteressante  wandelaars. Ze scharrelen zelf hun  voedsel  bij elkaar - wat een hele klus kan zijn in de winter – en onderhouden warm contact met hun groepsgenoten. Ze hebben geen tijd en belangstelling om zich aan mensen op te houden. Ze zijn gewoon als herbivoor onderdeel van de natuur en hebben een goed en vrij leven.

Ondertussen houdt de beheerder van de grazers  de conditie van de dieren in de winter in de gaten. Hij kijkt naar de vetlaag van de dieren,  de hoeveelheid vegetatie in het gebied en hoelang het winterseizoen nog aanhoudt. Op basis daarvan en zijn jarenlange ervaring, beoordeelt hij of de dieren de winter goed door zullen komen. Mocht er ooit reden zijn om bij te voeren, dan is het de verantwoordelijkheid van de beheerder om dit te beslissen en te doen (met beleid). De verantwoordelijkheid van de bezoeker is om ervoor te zorgen dat de paarden en runderen hun natuurlijke gedrag behouden en voor ons allemaal een genot blijven om op afstand naar te kijken.

Gallowayrund in de hoge  winterruigte (foto: Laura Kuipers)
Gallowayrund in de hoge winterruigte langs de Grensmaas (foto: Laura Kuipers)