U bent hier

Onderzoek invloed langsdammen op stroomdalflora

17-11-2016|DOORARK Natuurontwikkeling

In opdracht van ARK Natuurontwikkeling en OBN en in samenwerking met Staatsbosbeheer is in 2016 een eerste onderzoek verricht naar de invloed van langsdammen op stroomdalflora. Het onderzoek is uitgevoerd langs een traject van de Waal met langsdammen en langs een vergelijkbaar traject met dwarskribben. Pas in 2019 kunnen conclusies worden getrokken.

In 2015 heeft Rijkswaterstaat langsdammen aangelegd in het kader van Ruimte voor de Rivier. Langsdammen hebben als voordeel dat tijdens hoogwater de weerstand lager is waardoor water sneller kan worden afgevoerd. Ook is de vaardiepte bij laagwater groter en er hoeft minder te worden gebaggerd. In de geul die ontstaat tussen de oever en de langsdam is er naar verwachting meer ruimte voor vissen en onderwaterleven. Dat wordt de komende jaren uitgebreid onderzocht binnen het programma RiverCare. 

Een mogelijk nadeel is dat er door de aanleg van langsdammen veel minder zand wordt afgezet op de bestaande oeverwallen. Dit komt dan omdat dit zand terecht gaat komen in de brede nieuwe geul tussen oever en langsdam. Uit onderzoek blijkt juist aanvoer van zand de motor te zijn achter het spectaculaire herstel van veel stroomdalplanten. Dus op het droge deel van de oever is mogelijk een verlies van biodiversiteit te verwachten in de vorm van achteruitgang van stroomdalflora en bijbehorende insecten.

Dit specifieke aspect is het onderwerp van dit aanvullend onderzoek. In 2016 is de beginsituatie vastgelegd en in 2019 zullen beide oevers opnieuw worden onderzocht. Overigens wordt gelijktijdig met het flora onderzoek morfologisch onderzoek verricht.

De resultaten van 2016 laten zien dat de beide oevers vrij goed vergelijkbaar zijn qua soortensamenstelling en soortenrijkdom.
Het onderzoek in 2016 werd uitgevoerd door Kurstjens Ecologisch Adviesbureau in opdracht van ARK Natuurontwikkeling en OBN en is hier te downloaden.