U bent hier

BLOG: Otters in de Gelderse Poort en IJsselgebied

21-03-2016|DOORARK Natuurontwikkeling

Ik zit nog in Oostenrijk, als ik besluit dat het tijd wordt om op zoek te gaan naar een stage. Ik volg ARK Natuurontwikkeling al een tijdje op facebook en weet dat dit echt een organisatie is die goed bij mij zou passen. Ik bekijk de site van ARK Natuurontwikkeling uitgebreid en zie dat er een mogelijkheid is om het voorkomen van de otter in de Gelderse Poort en het IJsselgebied te onderzoeken. ‘Dit is echt perfect’, denk ik bij mezelf. Op een warme, zonnige lentedag verzamel ik al mijn moed bij elkaar en bel ik Bart Beekers op om te kijken of er een mogelijkheid is om stage te lopen bij ARK en onderzoek te doen naar de otter. Ik vertel Bart dat ik met de masterfase van mijn studie biologie bezig ben en na het afronden van mijn thesis over groepsverbanden van gevangen wolven in Oostenrijk, al in september of oktober zou kunnen beginnen met mijn stage die een half jaar kan duren. Bart reageert blij verrast, ‘oktober is het perfecte moment om te beginnen’, zegt hij. De otter is namelijk het beste in de winter te monitoren. Dan laat hij meer van zichzelf zien, wordt hij actiever en laat hij meer ‘spraints’ achter. ‘Spraints, wat zijn dat?’ denk ik nog bij mezelf, maar ik kom er al snel achter dat het de uitwerpselen van een otter zijn.

Otterspraint
Otterspraint

Inmiddels is dat 10 maanden geleden en loop ik al weer 5 maanden stage bij ARK. En jeetje, wat gaat de tijd snel! Ik vind het nu al jammer dat ik nog maar een maand te gaan heb. Daarna ben ik klaar met mijn stage en rond ik mijn opleiding als bioloog ook af. Daarmee zal het ‘echte leven’ beginnen, wat best een eng vooruitzicht is, want een baan vinden als bioloog in je eigen vakgebied is zo makkelijk nog niet in deze tijd.

Al met al heb ik een ontzettend leuke tijd gehad als stagiaire bij ARK. Zo zijn Bart, Wessel (een andere stagiair die bezig is geweest met het project ‘Dood doet Leven’) en ik op bezoek geweest bij Harry Bosma, regiocoördinator CaLutra voor Friesland en werkzaam bij Wetterskip Fryslân. Harry heeft ons mooie locaties laten zien waar de otters leven in de zompige, veenachtige gebieden van de Deelen en de Kraanlannen. In de mailwisseling die voorafging aan ons bezoek schreef hij nog, ‘vergeet niet om laarzen mee te nemen!’ Helaas kwam ik er daar pas achter dat een van mijn laarzen lek was en heb ik een halve middag met een natte voet lopen rondsoppen door het veen. Maar dat was het helemaal waard!

Stagiair Melanie Pekel en begeleider Bart Beekers
Stagiair Melanie Pekel en begeleider Bart Beekers

Ook heb ik de kans gekregen om een keer met Hugh Jansman, otterkenner en werkzaam bij onderzoeksinstituut Alterra, het veld in te gaan. Met een boot zijn we de Weerribben-Wieden in gegaan. Het gebied waar in 2002 de eerste otters zijn geherintroduceerd, nadat ze in 1989 zijn uitgestorven in Nederland. Hugh heeft me geleerd hoe ik ottersporen kan herkennen en waar ik op moet letten. We hebben verschillende spraints kunnen verzamelen die dag.

Er zijn naast Harry en Hugh nog meer mensen die zich bezighouden met de otter in Nederland. Sinds de herintroductie in 2002 wordt de otter namelijk gemonitord door een groot vrijwilligersnetwerk. Deze vrijwilligers zijn aangesloten bij onder andere het meetnet van CaLutra (de bever- en otter werkgroep van de Zoogdiervereniging), bij de Flora- en Faunawerkgroep Gelderse Poort en de Otterwerkgroep Doesburg. Al deze vrijwilligers gaan in de winter op pad op zoek naar otterspraints. Gevonden verse spraints worden opgeslagen in kleine potjes met 96% ethanol en worden opgestuurd naar Alterra. Bij Alterra wordt een DNA-analyse gedaan, waarmee we er achter kunnen komen om welke individuen het gaat.

Stagiair Melanie Pekel
Stagiair Melanie Pekel

Tijdens mijn stage heb ik ook een middag mogen meehelpen met de sectie op dode otters bij Alterra. Alle dode otters die in Nederland gevonden worden, worden opgestuurd naar Alterra. Onder leiding van Hugh Jansman en Dennis Lammertsma hebben we bekeken hoe de algemene conditie van de otters was en wat de exacte doodsoorzaak was. De meeste otters bleken verkeersslachtoffers te zijn, maar zo nu en dan komen er ook otters binnen die verdronken zijn. Vaak komt dit doordat visfuiken niet voorzien zijn van een stopgrid of een voorzetnet. Deze stopgrids en voorzetnetten houden de otter tegen om het net in te zwemmen, terwijl vissen er wel in kunnen.

Aangezien zo’n 80% van de doodgevonden otters een verkeersslachtoffer is, ben ik tijdens mijn stage ook bezig geweest met in het kaart brengen van zogenaamde verkeersknelpunten voor de otter in de Betuwe; rondom de Nederrijn, de Linge en de Waal tot aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Otters bewegen zich namelijk het meeste voort over land en kunnen wel 10 tot 15 kilometer per dag afleggen. Het is dus niet verwonderlijk dat otters al snel slachtoffer van het verkeer worden, aangezien we in ons kleine kikkerlandje met 17 miljoen inwoners een immens groot wegennetwerk hebben van maar liefst 138.912 kilometer (CBS, 2015).

Otterspoor
Otterspoor

Helaas zit mijn veldwerk er inmiddels op en ben ik druk bezig alles vast te leggen in een mooi rapport voor ARK. In dit rapport ga ik in op het voorkomen en de verspreiding van de otter in het Gelderse rivierengebied en hoop ik hier ook een wetenschappelijke verklaring voor te kunnen geven. Daarnaast hoop ik met de knelpuntenanalyse die ik heb uitgevoerd in de Betuwe een bijdrage te kunnen leveren aan het oplossen van verkeersknelpunten voor de otter, zodat ook de Betuwe in de toekomst een mooi en veilig leefgebied voor de otter kan worden.

Melanie Pekel, Master Biologie, Wageningen University