U bent hier

Massaal weidechampignons in de Vitinu plavas

14-10-2015|DOORARK Natuurontwikkeling

Het is weer paddenstoelentijd en wie aan paddenstoelen denkt, denkt meestal aan bossoorten als vliegenzwam en eekhorentjesbrood, maar ook in een natuurlijk weiland komen veel paddenstoelen voor. Zo is het natuurpark Vitinu plavas in Letland deze herfst veranderd in een ware stippendeken van weidechampignons (Agaricus campestris). Letterlijk duizenden champignons breken het bruingroen van het grazige natuurgebied met hun wit tot witgrijze kleur. Zo massaal heeft ARKer Jan van der Veen de soort hier nog niet eerder waargenomen! In het  Letse weidegebied aan het Liepaja Meer gaf ARK veldlessen en is het gebied voorzien van een uitkijktoren, informatiepanelen en een informatiecentrum. Sinds enkele jaren grazen er ook weer runderen en konikpaarden in Vitinu Plavas.

Weidechampignons in begraasd terrein
Weidechampignons in begraasd terrein

De kuddes wilde paarden en runderen grazen onverschillig om de weidechampignons heen. Voor deze grote grazers is dit geen voedsel. Toch is er wel degelijk een verband tussen de grazers en de champignons. Door overbemesting met drijf- en kunstmest is de weidechampignon vrijwel overal uit het boerenland verdwenen. Maar in natuurgebieden met natuurlijke begrazing komt de paddenstoel nog veelvuldig voor. Het is de combinatie van licht, vocht en (schone) mest waar de paddenstoelen goed op gedijen. De grazers zorgen voor meer licht op de bodem door de grasmat kort te grazen en de mest die ter plekke valt zorgt voor goede bodemomstandigheden. In tegenstelling tot een paddenstoel als het puntig kaalkopje vind je de weidechampignon niet op mesthopen, maar daar waar de mest in de bovengrond is opgenomen en al niet meer met het blote oog zichtbaar is.

Puntig kaalkopje op mest
Puntig kaalkopje op mest
Letten hebben een rijke traditie als het gaat om het plukken en eten van paddenstoelen. Populair zijn bossoorten als cantharellen, boleten en russulas. Champignons zijn minder bekend als 'wilde' eetbare paddenstoel. Ook andere zeer goed eetbare weidesoorten als geschubde inktzwam en reuzenbovist worden nauwelijks geplukt.

Als gevolg van de droge zomer is het een matig paddenstoelenjaar en kiezen mensen er nu voor om eens ergens anders en naar andere soorten te zoeken. Dat dit niet altijd goed uitpakt was onlangs nog in het Duitse nieuws lezen. Daar wordt bericht van verschillende gevallen van vergiftiging met zelfs dodelijke afloop. Het ging hier steeds om verwisseling met andere (giftige) soorten bij het plukken van weidechampignons! Een beginnend paddenstoelplukker doet er dan ook goed aan om met soorten te beginnen die nauwelijks te verwisselen zijn met giftige soorten. Bijvoorbeeld boleten. Als je je hier vergist en je hebt de verkeerde boleet te pakken, dan is het hooguit vies maar nooit zwaar giftig.