U bent hier

BLOG: Muisetende roofvogels

16-07-2015|DOORARK Natuurontwikkeling

Mijn stageperiode bij ARK, wat een heerlijke tijd! Ik heb in totaal acht weken stage gelopen en vond het bij de vierde week al te kort. Ik ben Madelon Richmond en ik heb twee maanden stage gelopen bij ARK Natuurontwikkeling. De theorie leer ik op het Helicon Geldermalsen, waar ik de opleiding Eco & Wildlife volg. Voor de blokstage wilde ik een perfecte stageplek hebben, waar ik veldwerk kon gaan doen. Zodra ik hoorde over ARK wilde ik niets liever dan bij ARK mijn stageperiode volgen.

Ik mocht onder leiding van Liesje Floor, meedoen aan het onderzoek naar de voedselbeschikbaarheid van graslanden voor muisetende roofvogels. Hiervoor wordt onder andere het jaaggedrag van torenvalken en kerkuilen bekeken. Hierbij heb ik Stef van Rijn, Jasja Dekker en René Janssen ontmoet, die het onderzoek begeleiden en uitvoeren. Mijn taak was om de muizenpopulatie in kaart te brengen door muizenholletjes te tellen in percelen van boeren, maar ook in gebieden van ARK. Er kwam nog meer bij kijken, zoals het uitzetten van life-traps om muizen te vangen, roofvogeltellingen en het zenderen van de volwassen torenvalken en kerkuilen. Voor het zenderen moesten de vogels worden gevangen om ze uit te kunnen rusten met zogeheten gps-loggers. Met de loggers kan het ruimtegebruik in de gebieden waar ze jagen nauwkeurig in kaart worden gebracht. Het vangen van de vogels vond ik het allertofst om te doen!

Het vangen van de kerkuilen ging gemakkelijker dan het vangen van de torenvalken. De kerkuilen broeden in nestkasten die in boerenschuren hangen. De uilen gebruiken een in- en uitvlieggat in de gevel van de schuur. De uilen verblijven overdag in de nestkast. Bij het vangen van de kerkuil wordt er overdag een plankje voor de ingang van de nestkast geplaatst waardoor de vogels niet uit de kast kunnen vliegen. Vervolgens kunnen de uilen uit de nestkast worden gehaald.

Het vangen van de torenvalken moest op een andere manier, aangezien deze niet in een schuur broeden maar in een nestkast in het grasland. Bij de torenvalk werd er gebruik gemaakt van een (tamme) opvangoehoe en een groot vangnet. De oehoe werd op een paaltje gezet met het net ervoor. De torenvalk ziet de oehoe als een potentiële predator die het op de jonge torenvalken gemunt heeft. De valken proberen de oehoe te verjagen door erop te duiken. Wanneer hij dat doet vliegt hij in het net en raakt verstrikt.

Stagiair Madelon Richmond en torenvalk
Stagiair Madelon Richmond en torenvalk

Ik vond dit ontzettend gaaf en kon niet wachten tot de torenvalk in het net zou vliegen. Hij was al aan het alarmeren toen we de oehoe bij de nestkast hadden geplaatst. Nadat de valk in het net hing sprong ik op en wilde gaan rennen. Ik moest alleen even wachten, totdat René het paadje opreed met zijn auto. Hierna zijn Jasja en ik er achteraan gerend om René te helpen. René haalde de torenvalk uit het net en ik mocht hem vasthouden! We hadden het mannetje gevangen en dat was precies de bedoeling! De valken hadden nog kleine jongen waardoor het vrouwtje dagelijks bij de kast waakt en het mannetje voor de voedselvoorziening zorgt. Het werken met de gps-logger was dus in eerste instantie interessanter met het mannetje omdat hij veel op jacht is. We zijn teruggelopen om een aantal gegevens te noteren van de vogel. Het gewicht, de rui opmeten van de hand- en de armpennen en als laatste werd het zendertje geplaatst op de torenvalk. Wanneer dit alles gebeurd was, mocht de vogel weer vrijuit. En ook dat heb ik gedaan! Ik vond het een fantastische ervaring. Op dat moment besefte ik dat ik voor altijd veldwerk wil blijven doen.

Madelon Richmond, eerstejaars Eco & Wildlife aan het Helicon MBO in Geldermalsen

Veldmuis (foto: Wikimedia Commons)
Veldmuis (foto: Wikimedia Commons)

Eline Soeterbeek vertelt over hoe de muizenpopulatie tijdens het onderzoek in kaart werd gebracht:

De muizenvallen hebben een mechanisme waarbij de val dichtklapt wanneer er een muis naar binnen komt lopen. De muizen worden levend gevangen, en na het controleren worden ze weer losgelaten. De vallen hebben we van te voren gevuld met wat hooi, een paar stukjes wortel en een beetje graan, zodat de muisjes toch nog wat beschutting en eten hebben in de val.

Als een val was dichtgevallen, maakten we de val open en deden de inhoud van de val in een plastic zak. Hierin werd de eventuele muis op naam gebracht. Ook werd daarna de muis uit de zak gehaald en gemarkeerd door een klein stukje van de bovenvacht  weg te knippen. Door het markeren konden we bij volgende controles zien of de muis al een keer was gevangen. Hierna werd de muis weer losgelaten.

Eline Soeterbeek, eerstejaars Eco & Wildlife aan het Helicon MBO in Geldermalsen

Kerkuil (foto: Wikimedia Commons)
Kerkuil (foto: Wikimedia Commons)

Ook Kenza Remmers liep stage bij ARK en werkte mee aan het onderzoek naar de muisetende roofvogels:

Wat ik heel gaaf vond aan de stage is dat we veel hebben geleerd over vogels, onder andere het jaaggedrag, maar ook het herkennen van vogels die veel op elkaar lijken aan de hand van kleine verschillen, bijvoorbeeld bij de buizerd en de wespendief. Verder was het heel tof dat we ook in Zuid-Limburg aan het onderzoek hebben gewerkt, en dat je duidelijk de verschillen van gebieden kan zien.

Het toppunt vond ik een excursie die we mee hebben kunnen maken in Zuid-Limburg, over rode geuzen en waarom ARK juist déze dieren inzet, en over alle verschillende kleine ecosysteempjes die er ontstaan door de natuur zijn gang te laten gaan. Ik heb hier veel van geleerd en ook een andere kijk op de natuur gekregen.

Al met al was het een heel toffe stage, en ik ben een hele ervaring rijker!

Kenza Remmers, eerstejaars Eco & Wildlife aan het Helicon MBO in Geldermalsen