U bent hier

Parkeerautomaten basis voor nieuwe natuur

14-11-2014|DOORARK Natuurontwikkeling

De betonnen voeten van verouderde Rotterdamse parkeerautomaten krijgen een nieuwe bestemming in de Nieuwe Waterweg. Ze gaan dienen als ‘langsdam’ waarachter zich natuurlijke oevers kunnen ontwikkelen. Het is voor de eerste maal dat restmateriaal op deze manier wordt hergebruikt voor natuurontwikkeling in de Rotterdamse haven. Vorig jaar tekenden daartoe Wereld Natuur Fonds, Rijkswaterstaat, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam de samenwerkingsovereenkomst ‘De Groene Poort’. ARK verzorgt de natuureducatie voor basisscholieren over De Groene Poort.

Parkeermeter voor Groene Poort
Parkeermeter voor Groene Poort

Nog deze maand wordt de ‘langsdam’ aangelegd. Eerst wordt een bedding gestort van bodembeschermend materiaal afkomstig uit de Maas. Daarna worden de betonnen parkeermetervoeten er bovenop gelegd. En wel zo dat het water er tussen door kan sijpelen. Daarna zal het gebied tussen oever en dam worden verhoogd met grond van de Grondbank Rotterdam en kan de natuur zijn gang gaan.  Er ontstaan slikken tussen de kribben. Langs deze nieuwe natuurvriendelijke oevers komt op deze manier leef- en fourageergebied voor trekvissen zoals de Atlantische steur en voor trekvogels. Het gaat om een gebied van vijf kilometer aan de zuidoever van de Nieuwe Waterweg tussen Rozenburg en de stormvloedkering.

Havendelta

De Nieuwe Waterweg is de enig overgebleven open verbinding tussen de zee en Rijn-Maasmonding. Door de betonnen glooiingen en kades is hier weinig meer over van de vroegere maasvlaktes; van de dynamiek die zo typerend is voor delta’s. Een plek waar land en water - zout en zoet - elkaar geleidelijk ontmoeten. Een voedselrijk gebied, ideaal voor jonge vissen en garnalen!

De bedoeling is dat er hier tussen de kribben weer intergetijdegebied ontstaat; een overgangsgebied van water naar land dat bij eb droogvalt en waar het water langzamer stroomt. Dit zijn slikken. Deze slikken zullen geleidelijk begroeid raken met zoutminnende planten en ontwikkelen zich daarna tot gorzen met karakteristieke vegetatie. Intergetijdengebieden vormen rust-, foerageer- en leefgebied voor een verscheidenheid aan diersoorten en vertegenwoordigen daarom een hoge natuurwaarde.