U bent hier

Wandelende Bossen

Een bos is voortdurend in beweging. Boomzaden ontkiemen, jonge boompjes worden opgegeten of groeien uit tot grote bomen, die sterven af, waarna er weer plek ontstaat voor nieuw bos. In een natuurlijke situatie ‘wandelt’ een bos. Er ontkiemen bomen aan de bosrand of op een open plek, losgewoeld door wilde zwijnen, waar vogels zaden hebben verstopt of uitgepoept. De jonge boompjes worden deels weer opgegeten door grote grazers. Op plekken waar die grazers niet komen, groeien de bomen uit tot bos, omdat er stekelstruiken staan of wolven of lynxen op de loer liggen. Na vele decennia of soms zelfs eeuwen, valt een boom weer om, door storm, brand, ziekte of ouderdom. Het dode hout is een rijkgevuld buffet voor allerlei schimmels en insecten als het vliegend hert. Op de opengevallen plek groeien kruiden, struiken en uiteindelijk wellicht weer bomen.

Rustig ‘wandelen’

Dat ‘wandelen’ doet een bos overigens in een rustig tempo. Bosranden kun je in de loop van 2 of 3 jaar zien oprukken. De overgang van grasland, via ruigte en struweel naar bos zie je in 20 of 30 jaar gebeuren. Met de hele cyclus tot volgroeid bos ben je zo 200 of 300 jaar verder.

Het wandelende woud
Het wandelende woud

Dode bomen, nieuwe kansen

In een bos ontstaat niet zomaar een nieuw bos. In de schaduw van reuzen is het voor een klein boompje veel te donker om te overleven. Daarom is een omvallende boom, of zelfs een heel omvallend bos, door storm of brand, voor de natuur een nieuwe kans. Ook ontstaat er rond dood hout een heel ecosysteem aan schimmels, insecten, vogels en vleermuizen.

Bos in beweging

Verreweg de meeste jonge boom- en struiksoorten groeien makkelijker buiten dan binnen het bos vanwege lichtconcurrentie en vraat door reeën en herten. Met het ouder worden van het bos, domineert dus een steeds beperkter aantal schaduwliefhebbers. Zij verjongen zich in kleine open plekken en soms zelfs onder hun eigen kroondak. Dit stopt pas als een catastrofe het bos grootschalig openbreekt en andere soorten weer een kans krijgen. De opengevallen plek werkt als een magneet op herten, wisenten, runderen en andere grote grazers, die afkomen op de overdaad aan voedsel. Al deze soorten zorgen voor een rem op de bosontwikkeling, waardoor zich voor langere tijd een halfopen mozaïeklandschap kan ontwikkelen.

Dwaalfilm.eu: Begrazing kiemplanten

De jonge boompjes die in het open terrein kiemen en opgroeien, moeten het wel opnemen tegen alle grazers. Verschillende natuurlijke mechanismen zorgen er uiteindelijk voor dat zij terrein veroveren op die grazers. In veel gevallen schept begrazing zelfs de voorwaarden voor de terugkeer van bos in open land. Door deze combinatie van bosopbouw op de ene plek en bosafbraak op de andere, wandelt het bos als het ware door het landschap.

Boscyclus zandgrond
Boscyclus zandgrond