U bent hier

Na leven komt de dood

Van nature sterven grote grazers vooral door:

  • ziektes en voedselgebrek
  • jacht door mensen
  • predatie door roofdieren
  • natuurgeweld

Ziektes krijgen meer invloed naarmate het aantal grazers in een gebied (de dichtheid) toeneemt. De dieren besmetten elkaar immers sneller: direct, of indirect via bijvoorbeeld de mest. Een hoge dichtheid heeft bovendien tot gevolg dat voedsel schaarser wordt. Door honger verzwakte dieren lopen meer kans om ziek te worden. Het verwilderingproces van paarden en runderen betekent ook dat zij een betere afweer tegen ziektes opbouwen. Ze leren efficiënter met hun voedsel omgaan, kruiden te eten en giftige planten te ontwijken. Het is essentieel dat natuurlijke selectiemechanismen zoveel mogelijk hun werk kunnen doen, zodat de kudde gezond blijft. Grote grazers worden veelvuldig afgeschoten om overbevolking en ziektes te voorkomen. De criteria voor afschot wijken echter af van de natuurlijke predatiedruk. Een aanzienlijk deel van de prooien van natuurlijke predatoren bestaat uit jonge, zwakke, zieke of oude dieren. Hoe groter de grazer, hoe minder hij te vrezen heeft van roofdieren. De invloed van predatie op het aantal grazers is dan ook beperkt. Wél beïnvloeden predatoren op een positieve manier de gezondheid van de kuddes, hun gedrag en hun verspreiding.