U bent hier

Dode dieren en de wet

De wet staat het toe dat kadavers van grote en kleine wilde dieren in de natuur achterblijven. In het wild levende kuddes paarden en runderen vallen hier niet onder, behalve in natuurgebieden met een bijzondere status: Oostvaardersplassen en Veluwezoom. Dat is te danken aan een uitspraak van voormalig minister Verburg in april 2009 waarin zij stelt dat in deze twee gebieden ALLE dieren een wilde status hebben. Met andere woorden: alle soorten grote grazers mogen in principe na hun dood blijven liggen.

Schedel van een Heckrund
Schedel van een Heckrund

In de overige natuurgebieden vallen de aanwezige paarden en runderen hier buiten. Zij worden gerekend tot de ‘gehouden’ dieren, net als landbouwdieren. Hiervoor geldt Europese wetgeving.

Deze Europese regelgeving biedt expliciet de mogelijkheid om kadavers van landbouwdieren als schaap, geit, paard en rund onder veterinair toezicht te gebruiken voor de voedering van beschermde en zeldzame aaseters (gieren). Deze zogeheten gierenrestaurants zijn een redmiddel voor de laatste Europese gierenpopulaties in Zuid-Europa. De restaurants zijn broodnodig, omdat in Europese natuurgebieden een schrijnend gebrek is aan grote kadavers.

Tegenstrijdigheid in wetgeving

Aaseters zijn afhankelijk van een constante aanwezigheid van dode dieren. In de winter en het vroege voorjaar hebben ook carnivoren behoefte aan aas. En hier stuiten we op een tegenstrijdigheid in de wetgeving:

De Europese wetgeving verplicht tot het verwijderen van grote kadavers van wildlevende paarden en runderen die in de natuur zijn geboren, maar geen wilde status hebben.
De Europese wetgeving verplicht tegelijkertijd tot zorg voor de in het wild levende dieren, planten en afbraakorganismen (als onmisbaar onderdeel van de natuurlijke kringloop).

Insectenfauna Dood doet Leven