U bent hier

Dood doet Leven: De waarde van dode grazers

Dood doet Leven werkt aan completere ecosystemen waarbij dode paarden en runderen in natuurgebieden blijven liggen als deze niet kunnen worden afgevoerd. Als een grote grazer doodgaat komt momenteel een abrupt einde aan de natuurlijke balans. In tegenstelling tot wilde dieren die na hun dood mogen blijven liggen, vallen paarden en runderen die in natuurgebieden grazen namelijk onder landbouwregelgeving.

Dat betekent dat dode grazers moeten worden afgevoerd en vernietigd in plaats van onderdeel te blijven van het ecosysteem waarin ze leefden, zoals dat wel gebeurt met dode wilde dieren. Samen met partners heeft ARK Natuurontwikkeling op advies van de rijksoverheid een proef uitgevoerd (2016-2019) en werken we aan meer ruimte voor dode grote dieren in de natuur.

Dode Schotse hooglander met aaseters, dood doet leven
Dode Schotse hooglander met aaseters, dood doet leven

Kringloopkadaver

De huidige regelgeving biedt ruimte voor uitzonderingen als het afvoeren van dode runderen en paarden in de natuur praktisch niet mogelijk is. Dat kan om verschillende redenen zijn. Een dood dier kan bijvoorbeeld onvindbaar zijn, in verre staat van ontbinding of op een onbereikbare of kwetsbare plek liggen. Deze kadavers zijn zogenaamd 'buitenmachtelijk'.

Als een kadaver als buitenmachtelijk wordt beschouwd, zal het opgenomen worden in de natuurlijke kringloop in plaats van dat het wordt afgevoerd uit het natuurgebied om naar een destructiebedrijf te gaan. Daarom noemen we buitenmachtelijke kadavers ook wel 'kringloopkadavers'.

Dwaalfilm: Aasetergemeenschap Dood doet Leven

Mogelijkheden en richtlijnen

Omdat er onduidelijkheid is onder terreineigenaren, beheerders, toezichthouders en handhavers is ervaring opgedaan met het laten liggen van dode paarden en runderen in vier gebieden: de Kennemerduinen (PWN), de Gelderse Poort en het tweeling-gebied Slikken van Flakkee en de Hellegatsplaten (Staatsbosbeheer). De proef (2016-2019) viel binnen de bestaande wet- en regelgeving en was zeker geen vrijbrief voor beheerders om kadavers van paard en rund te laten liggen.

‘Buitenmachtelijke’ of onbereikbare kadavers doen zich onverwachts voor. Het gaat om enkele dieren per locatie per jaar. Aanwijzing van deze gebieden is gebeurd in afstemming met de autoriteiten. In overleg met de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA) wordt steeds beoordeeld of er sprake is van een kringloopkadaver. Naast ARK en andere Dood doet Leven-projectpartners als Staatsbosbeheer en de Aaskeverwerkgroep EIS, zijn ook PWN, Herds and Homelands, FREE Nature en Ekogrön bij de proef betrokken. De NVWA en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn inhoudelijk betrokken om tot heldere normen te komen.

Behalve kennis over de ecologische waarde van grote kadavers heeft de proef geleid tot duidelijke richtlijnen over wanneer dode paarden en runderen - binnen de huidige regelgeving - in de natuur mogen blijven liggen. Ook zijn er concrete mogelijkheden ontwikkeld om er de komende jaren voor te kunnen zorgen dat meer kadavers van dode grazers kunnen vergaan op de plek waar het dier is doodgegaan en op die manier op natuurlijke wijze opgenomen worden in het ecosysteem en bijdragen aan de biodiversiteit.


Afscheid

Er is nog lang niet alles bekend over het hoe en waarom van rouw bij dieren, in een kudde. Maar er is genoeg bekend om te constateren dat grazers achterlaten op de plek waar ze geleefd hebben en gestorven zijn ook van grote waarde is voor de compleetheid en natuurlijkheid van wildlevende kuddes. Meer over "afscheid nemen" in onze berichtenserie over natuurlijke begrazing.