U bent hier

Hotspots van onderwaterleven

De bodem van de Noordzee bestond ooit voor zo’n 20% uit schelpdierbanken. Ziektes en overbevissing maakten hieraan een einde. Met het verdwijnen van die schelpdierbanken ging ook een rijk onderwaterleven verloren. De soortenrijkdom is namelijk twee keer hoger op plekken met schelpdierbanken dan op zandige bodems. ARK Natuurontwikkeling en het Wereld Natuur Fonds werken vanuit het Droomfondsproject Haringvliet aan herstel van platte oester- en mosselbanken.

Herstel schelpdierbanken (www.onderwaterbeelden.nl)
 

De banken die schelpdieren vormen, bieden een rustgebied en kraamkamer voor vissen en andere waterdieren. Schelpdieren, zoals  mossel en platte oester, zijn voedsel voor vissen en vogels. Ook dienen ze als houvast voor planten en dieren om op te groeien en filteren ze het water. Dit is goed voor de waterkwaliteit en voor zichtjagers als stern en roofvissen. Wereldwijd worden schelpdierbanken ingezet als natuurlijke kustverdedigers. Ze filteren slib en algen uit het water en scheiden dit weer uit in de luwte van hun schelpen. Zo hogen ze zandbanken op en beschermen de kustlijn tegen hoge golven en stormvloed.

Kreeft op schelpdierbank, foto Cor Kuyvenhoven
Kreeft op schelpdierbank, foto Cor Kuyvenhoven

Ten westen van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden zijn door ARK en het Wereld Natuur Fonds meerdere malen mosselen en platte oesters uitgezet om te onderzoeken hoe deze zich ontwikkelen. Blijven ze in leven? Groeien ze? Gaan ze voortplanten? Hierdoor ontdekken we hoe schelpdierbanken hersteld kunnen worden. Dit zal ook dit jaar doorgaan.

In 2016 zijn er proefkooien met oesters en mosselen te water gegaan, waarmee overleving, groei en voortplanting is aangetoond; en daarmee dus ook dat de omstandigheden geschikt zijn. Ook is er in dat jaar een wilde schelpdierbank ontdekt van ca. 10 hectare. Deze bank bleek ontstaan te zijn door de aanwezigheid van substraat en larven en de afwezigheid van bodemberoerende visserij. Door de vondst van de bank gaat de pilot sneller dan eerst gedacht: door onderzoek aan de bank leren we over succesfactoren voor schelpdierbankherstel en kunnen we lokale gegevens uit de praktijk genereren over de waarde van schelpdierbanken voor de Noordzeenatuur.

Na monitoring blijken de rifballen die te water zijn gelaten snel begroeid te zijn met jonge mossels. Dat is een voorbeeld van wat het effect kan zijn van het toevoegen van hard substraat. De mossels bleken weer vis, krab, garnalen en andere soorten aan te trekken. In 2017 bleek de wilde schelpdierbank vier keer groter te zijn dan gedacht. Op de bank werden 1-jarige schelpdieren gevonden dat als bewijs geldt voor voortplanting van de bank. Uit het biodiversiteitsonderzoek bleek dat op de schelpdierbank 60% meer soorten voor komen dan op zandige plekken. Als nieuwe locatie blijkt de Bollen van de Ooster (in de Voordelta) een geschikte locatie te zijn waar al oesterlarven gevonden zijn.

In 2018 wordt gestart met een experiment in de Voordelta om een nieuwe schelpdierbank te 'kickstarten' op een plek waar de omstandigheden geschikt zijn, maar waar nog geen schelpdierbank voorkomt. Dit is een onderdeel van het ontwikkelen van een methode voor schelpdierbankherstel. Dit jaar staan er ook allerlei acties op de planning om schelpdierbanken te helpen herstellen in de Noordzee, niet alleen in de Voordelta maar ook bij Borkumse stenen (ten noorden van Schiermonnikoog). Zo worden er verschillende monitoringsduiken gemaakt en gaan er 3D geprinte rifstructuren met oesters en mosselen te water waarop over enige tijd hopelijk veel soorten zullen leven. De kennis en ervaring die de partners zo opdoen, zijn de eerste stappen op weg naar de duurzame terugkeer van schelpdierbanken in de Noordzee. Het onderzoek wordt uitgevoerd in een partnership door Wageningen Marine Research, Bureau Waardenburg en Hein Sas Consultancy. Samen vormen zij het Platte Oester Consortium.

Lange termijn visie

In 2100 is 18% van de totale Nederlandse Noordzee weer bedekt met robuuste schelpdierbanken. Deze schelpdierbanken barsten van het leven en vormen een zichzelf steeds vernieuwend bronkapitaal waar Nederlanders trots op zijn en samen van profiteren door duurzaam gebruik te combineren met doelgerichte bescherming. 

Het schelpdierenproject wordt mede mogelijk gemaakt door een LIFE-bijdrage van de Europese Unie.