Veewet versus natuurlijke kringloop
Herten, reeën en bevers mogen in Nederland een natuurlijke dood sterven en in het veld achterblijven. Ze blijken dan weer een bron van leven: wild zwijn, vos, raaf en zeearend hebben er een maal aan, net als vele tientallen soorten aasvliegen, mieren en aaskevers. Op die laatsten maken kortschildkevers en graafwespen weer jacht. Schimmels en bacteriën maken uiteindelijk essentiële mineralen als fosfor en calcium vrij uit de karkassen. Deze keren terug in de bodem, waaruit planten weer hun voedingstoffen putten.
In de meeste Nederlandse natuurgebieden worden de aanwezige wildlevende paarden en runderen niet als wild, maar als vee gezien. Hiervoor heeft de mens een zorgplicht. De kadavers van die paarden en runderen moeten volgens de wet ter destructie afgevoerd worden.
In 2008 oordeelde de rechter dat we de wildlevende paarden en runderen in de Oostvaardersplassen wel als wild mogen zien. Sindsdien is het mogelijk om in dit gebied ook de kadavers van runderen en paarden te laten liggen. Dit is in 2009 nog eens bevestigd door de minister. Het laten liggen van kadavers in de Oostvaardersplassen en op de Veluwezoom biedt kansen aan de vele gieren die nu bijna jaarlijks Nederland aandoen. Ook de aanwezige zeearenden kunnen van het extra voedselaanbod profiteren.











