Bevers in Zuid-Limburg passeren Julianakanaal
Zowel de Geul bij Meerssen als de kasteelvijver van Elsloo hebben afgelopen tijd beverbezoek gekregen vanuit het Maasdal. Het Julianakanaal, dat de Maas afschermt van het achterland, (b)lijkt daarmee geen onneembare barrière te zijn.
In Limburg leven sinds de tweede helft van de jaren negentig weer bevers. De eerste dieren kwamen spontaan vanuit de Eifel en het Roerdal. Na diverse uitzettingen in Noord- en Midden-Limburg (2002-2004) hebben de bevers zich via de Maas over een fors deel van de provincie verspreid. Alleen het achterland van Zuid-Limburg was niet eenvoudig vanuit het Maasdal bereikbaar. Het Julianakanaal leek lange tijd een onneembaar obstakel. Sinds kort zijn er echter bevers in het Geuldal bij Ingendael en in de kasteelvijver bij Elsloo gesignaleerd. Allebei plekken waar de nodige wandelaars voorbij komen. Beide locaties zijn alleen bereikbaar voor bevers door het kanaal over te steken. In theorie kan dat zowel ondergronds via de duikers voor de beken, als bovengronds via het kanaal zelf. Waarnemingen van beversporen langs het Julianakanaal lijken te wijzen op het laatste. Als meer bevers volgen, zullen de komende jaren het Geuldal en Geleenbeekdal door bevers gekoloniseerd worden.
Het is goed nieuws dat bevers deze barrière blijken te kunnen nemen. Ervaringen in de Ardennen tonen aan dat bevers een positieve invloed hebben op het beekdallandschap. Door dammenbouw creeren ze een grote diversiteit aan natte milieus, varierend van stilstaande tot snelstromende wateren, met alle kenmerkende amfibieën en vissen.











