schorseneren keren terug
Het gebied 'Laurus' bij het dorpje Kapsēde even ten westen van Grobiņa wordt nog geen 2 jaar natuurlijk begraasd, toch zijn de natuurontwikkelingresultaten al bijzonder te noemen. Laurus ligt onder aan een oude postglaciale kustlijn. 10000 jaar geleden liet een veel hogere zeewaterspiegel hier een steile rand achter die nog steeds goed zichtbaar door het landschap loopt. Het gebied Laurus is een 2 kilometer lange streep grond die net onder deze oude kustlijn loopt. Het gevolg is dat het gebied rijk is aan bronnen en er over de hele linie regelmatig mineraalrijk kwelwater uit de grond komt. Deze omstandigheden vormen een prachtige basis voor een rijke flora.
Het gebied is echter lange tijd zwaar overwoekerd geweest met een dikke laag dood gras en veel wilgenopslag. Veel kruiden stikken langzaam onder zo’n viltlaag van dood gras, maar zolang het gebied nog niet helemaal is omgevormd tot bos, kan een groot deel van de floristische rijkdom nog wel opnieuw ontwaken.
Laurus tilde dit voorjaar voor het eerst een tipje van haar sluier op. Na een jaar begrazing is de deken dood gras deels verdwenen en begint het gebied weer op te bloeien. Zoals verwacht leverde dit een aantal bijzondere planten op zoals Knikkend nagelkruid en Welriekende nachtorchis en het meest opvallend de Kleine schorseneer (in Nederland uiterst zeldzaam maar ook in Letland een beschermde soort). Maar Laurus heeft meer te bieden!
De omliggende gronden zijn meest verlaten en nu Laurus begraasd wordt, is er een oase ontstaan in een overwegend overwoekerd landschap. Dit blijkt een grote aantrekkingskracht te hebben op reptielen die uit het omliggende lange gras naar het begrazingsgebied trekken om zich in de zon op te warmen. In het ochtendzonnetje of als de zon op een bewolkte dag plotseling doorbreekt, zijn het er echt opvallend veel.
Ik was op een dergelijk moment samen met de eigenaar Normunds in het gebied en hoewel mijn verstand verheugd is, lopen me zo nu en dan toch de rillingen over de rug als er vlak voor mijn voeten plotseling weer een adder wegkruipt. Op een warm kort gegrazen hellinkje tel ik 3 ringslangen, een gewone adder en 2 gladde adders.
Bevers hebben met een paar dammen in de kleine oude grindgroeve prachtige ondiepe meertjes gemaakt, bij golven stijgen er luidruchtige kikkerconcerten uit op. Dan horen we plotseling een snel herhalende serie kwaken en dat is het geluid dat een boomkikker produceert.
Wat een rijkdom! In een gebied dat nog maar 30 ha. groot is!
Jan van der Veen, juni 2009











