winter in letland
Het wintert maar door in Letland! Dit is nu al de twaalfde week dat er sneeuw en ijs ligt terwijl het einde nog niet in zicht is. De winter is buitengewoon zwaar dit jaar, niet dat de temperaturen constant extreem zijn maar het kwik wil maar niet boven nul komen.
Vorige week hadden we even een zachte week met perioden van dooi. In het zuidwesten van het land is het sneeuwpak dan ook enigszins geslonken. Maar vandaag bij lichte vorst jaagt de sneeuw ook daar weer over het land. Dat is een situatie waar onze grazers het moeilijk mee hebben. De Letten hebben er de naam „Sērsna” voor: sneeuw die na een periode van dooi weer opgevroren is. Het was al moeilijk om door het dikke pak sneeuw van 40 cm in het zuid/westen tot 70 cm in het noorden nog iets eetbaars te vinden, maar nu is dat simpelweg onmogelijk! Het is alsof het deksel op de winterproviand bus is gegaan. Het enige dat rest is letterlijk op een houtje bijten.
Takjes en schors van wilgen en ander loofhout vormen nu de enige natuurlijke voedselbron. Vaak bieden de begrazingsgebieden wel veel opslag van jonge bomen, maar alleen op takken en schors leven is geen vetpot! De vetreserves zijn door de aanhoudende winter toch al verteerd en de natuur biedt steeds minder te eten.
Op dit soort momenten selecteert de natuur meedogenloos de sterken van de zwakken.
In Letland blijven dode dieren veelal in het terrein liggen of worden naar een afgelegen plaats gebracht en vormen een welkome voedselbron voor vele ander dieren die ook moeite hebben om de winter door te komen.
In een natuurlijke situatie hebben grazers een bijna onbeperkt areaal tot hun beschikking en kunnen lokaal migreren. Echter in onze Letse begrazingsgebieden is dat nog niet of beperkt het geval en kunnen we op zijn best van een bijna natuurlijke situatie spreken. In deze situatie zijn wij verantwoordelijk voor het welzijn van de dieren en zorgen dat ze van voedsel voorzien worden. In alle Letse gebieden wordt al geruime tijd bijgevoerd met hooi. Desondanks blijft het moeilijk voor de dieren en zijn er al in meerdere kuddes dieren doodgegaan. In het gebied “Sitas un Pedezes” waar 30 Koniks en 47 runderen lopen, vallen iedere winter wel een paar dieren uit. Hier zijn de opruimploegen dichtbij zoals dat in een echte wildernis hoort. Naast raven en vossen schuiven hier ook wolven aan tafel. Van de bruine beer zijn hier een enkele maal sporen waargenomen.












