Onze doelen

Ontwikkeling van robuuste natuur

Ontwikkeling van een netwerk van robuuste natuurgebieden is de komende 15 jaar een belangrijk doel. In deze gebieden wordt het voorkomen van levensgemeenschappen zoveel mogelijk bepaald door natuurlijke processen als rivierdynamiek, begrazing en grondwaterstromen. Het streven van ARK is dat in 2025 meer dan de helft van de Nederlandse EHS uit deze robuuste natuur bestaat. Zelf zal ARK zich binnen die periode vooral richten op het realiseren van grote natuurlijke eenheden in:

  • het rivierengebied langs de Waal van Duitse grens tot Loevestein: 10.000 ha aaneengesloten natuur, waarin vogelsoorten als zeearend en zwarte wouw zijn teruggekeerd;
  • het Grensmaasgebied: ontwikkeling van meer dan 1500 ha natuur over ruim 40 km lengte langs Nederlands enige grindrivier;
  • een bekenlandschap, met doorstroommoerassen, zoals het Kempenbroek: 20.000 ha aaneengesloten natuur, met daarin een vrij levende populatie edelherten;
  • een zandig stuwwal- of duingebied van minimaal 5.000 ha, met daarin een eerste populatie in het wild levende wisenten in Nederland;
  • het mondingsgebied van Rijn en Maas: een aaneengesloten keten van getijdengebieden tussen Loevestein en vloedlijn en een zeereservaat van 100.000 ha voor de kust.

Economische natuur

Economische inbedding van natuurontwikkeling door koppeling met zoveel mogelijk maatschappelijke activiteiten, zoals waterbeheer, stadsontwikkeling, delfstoffenwinning en recreatie. Zoals de afgelopen 15 jaar natuurontwikkeling volledig geïntegreerd is in de baksteenindustrie, dient dat de komende 15 jaar te gebeuren in:

  • de zand- en grindindustrie, met gemiddeld 500 ha. nieuwe natuur/jaar, met de Grensmaas als belangrijkste voorbeeld;
  • de inrichting van natuurlijke waterbergingsgebieden over een oppervlakte van ruim 100.000 ha. oftewel minimaal 50 % van de in Nederland te realiseren reservering voor waterberging. Als belangrijke voorbeelden zullen de Rijnstrangen (2.000 ha) en IJsselmonde (1200 ha) worden uitgewerkt;
  • in minimaal vijf grote natuurgebieden in Nederland (min. 1000 ha. ieder), worden de beheerkosten gedekt door inkomsten uit kuddes en bezoekerscentra.

Coöperatieve natuur

Sociale inbedding van natuurontwikkeling door de verantwoordelijkheid voor natuurbescherming dichterbij de individuele burger te brengen. Daartoe willen we de komende 15 jaar:

  • experimenteren met Nieuwe Marken: natuurontwikkeling gekoppeld aan de ontwikkeling van woongemeenschappen, die voor het beheer van de hen omringende natuur (ook financieel) verantwoordelijk zijn. Minimaal vijf voorbeelden, met een gezamenlijke oppervlakte van minimaal 500 ha;
  • de wilderniscafé-formule uitbreiden tot de ontwikkeling van dorpshuizen, die voor hun inkomsten en programma in belangrijke mate gekoppeld zijn aan de natuur in de omgeving. Minimaal één succesvol voorbeeld.

Veerkrachtige natuur

De nieuwe natuurgebieden dienen veerkrachtig te zijn ten aanzien van maatschappelijke en klimatologische veranderingen. ARK zal zich daarbij de komende 15 jaar vooral richten op het realiseren van gebieden met een duurzaam waterbeheer. Naast de hierboven reeds genoemde voorbeelden van de Waaluiterwaarden, Rijnstrangen en het Kempenbroek gaat het daarbij om:

  • het ontwikkelen en concreet realiseren van één nieuwe rivier door de Betuwe of langs de IJssel, als voorbeeld voor soortgelijke kansrijke locaties elders in Nederland en Europa;
  • de omvorming van een groot veenweidegebied (minimaal 500 ha.) tot een land van de rijzende zomp, waarin waterberging, wonen aan het water en de ontwikkeling van een moerasgebied voor purperreigers en roerdompen hand in hand gaan.

Europese natuur

De Nederlandse voorbeeldprojecten krijgen navolging op Europese schaal. Het streven van ARK is dat binnen 15 jaar:

  • natuurontwikkeling zich heeft ontwikkeld tot een volwaardige pijler binnen het EU-programma voor plattelandsontwikkeling, met bijbehorende subsidiestromen om lokale initiatieven van de grond te trekken. Jaarlijks moet hiervoor minimaal 5 miljard euro beschikbaar komen.
  • de voorbeeldprojecten van ARK zelf zich hebben uitgebreid over minimaal 10 landen in Zuid- en Oost-Europa, met een gezamenlijke oppervlakte van minimaal 100.000 ha.
  • minimaal 50 lokale, door ARK opgezette, projecten inmiddels geheel zelfstandig gerund worden door counterparts in de desbetreffende landen
  • zich een goed lopend netwerk voor ecotoerisme in bovengenoemde gebieden heeft ontwikkeld
  • er minimaal drie succesvolle voorbeelden zijn van regionale vleesketens waarin wildernisvlees uit natuurlijke kuddes op de markt wordt gezet.

Inspirerende natuur

Om ervoor te zorgen dat natuurontwikkeling integraal onderdeel wordt van het leven van steeds meer mensen, zal ARK de komende 15 jaar gericht een aantal activiteiten ontwikkelen op het gebied van natuuronderwijs, met als doel onder andere dat:

  • er een nieuwe universitaire internationale opleiding Trans National Watermanagement is, waaraan jaarlijks minimaal 30 moderne natuur- en waterbeheerders afstuderen. Met de universiteiten van Nijmegen en Duisburg zijn hiertoe de eerste stappen gezet.
  • er in Nederland een goed functionerende veldacademie komt, van waaruit jaarlijks 20-30 studenten uit binnen- en buitenland onderzoek doen naar voor ARK relevante onderzoeksthema’s. Als kweekvijver voor toekomstige beheerders en als (inter)nationaal voorbeeld voor soortgelijke natuurontwikkelingsprojecten
  • veldonderwijs verder geïntegreerd wordt in het reguliere programma van scholen en PABO’s, met als resultaat dat deze onderwijsinstellingen natuurgebieden in de omgeving feitelijk adopteren. Dit willen we in minimaal vijf regio’s gerealiseerd hebben. Verder dient onderwijsmateriaal van ARK dan beschikbaar te zijn voor opleidingen in het hele land.
  • via laagdrempelige natuuractiviteiten in de buurt van grote steden, willen we ook mensen in stadswijken bij de natuur in hun omgeving betrekken. In 2020 gerealiseerd bij minimaal 3 grote steden.

September 2009