Vroeten en woelen
En het zwijn ploegde voort
Wilde zwijnen zijn alleseters. Om aan eten te komen als wortels, keverlarven of voedselvoorraden van muizen, wroeten ze met hun gevoelige neus in de grond. Door dit gewoel ontstaan kale plekken: zelfs een dichte grasmat krijgen ze open. De grond lijkt wel omgespit als zwijnen bezig zijn geweest. Op deze manier is er open grond beschikbaar waarin allerlei kruiden, struiken en bomen kunnen kiemen. Ze worden daarom ook wel de "tuinman van de natuur" genoemd. Wilde zwijnen eten ook aas en zijn in staat om grote dode dieren binnen een mum van tijd te verorberen. In landbouwgebieden en tuinen kunnen zwijnen met hun gewroet voor flinke schade zorgen. Het is dus belangrijk om deze gebieden ontoegankelijk te maken voor zwijnen.
Zwijnen horen vrij rond te struinen in onze natuur
Ark wil graag dat Wilde zwijnen weer ruimte krijgen in Nederland. Rivier- en beekdalen zijn de meest geschikte gebieden om weer doorwroet worden door Wilde Zwijnen. Van oorsprong komen ze in heel Nederland voor; van de duinen aan zee tot de heuvels in Zuid Limburg. Op de meeste plekken is het Wild zwijn al lang geleden uitgestorven. Op de Veluwe leven zwijnen achter hoge hekken. Stichting Ark pleit voor Wilde zwijnen die niet geremd worden door hekken, maar vrij door het land kunnen zwerven. In de Meijnweg bij Roermond en in het Rijk van Nijmegen leven nu al zwijnen buiten hekken, maar op veel meer plaatsen is ruimte voor dit intelligente en voorzichtige dier.











