paard

Wildlevende paarden in de natuur

Sinds 1982, toen op de Ennemaborg in Groningen de eerste kudde werd losgelaten, grazen er Koniks in Nederlandse natuurgebieden. Ook ARK maakt veelvuldig gebruik van deze Konik Polski (letterlijk: Pools paardje). Dit ras is nauw verwant aan het oorspronkelijke Noord-Europese wilde paard, de Tarpan. De laatste wilde tarpans in Polen zijn in 1780 gevangen en ondergebracht in wildparken. In het begin van de 19e eeuw zijn ze verspreid onder boeren, die ze kruisten met hun eigen paarden. Zo ontstond een betrouwbaar, sterk werkpaard. Ruim een eeuw later is men weer begonnen met het terugkruisen om zo het (uiterlijk van het) wilde paard weer terug te krijgen.

In 2004 liepen er van de ruim 4.400 Koniks op de wereld circa 1.900 in Nederland en aangrenzende Belgische gebieden. De grootste populaties leven in de Oostvaardersplassen (circa 900), het Lauwersmeer (circa 250) en het rivierengebied (circa 500). Deze situatie is uniek in de wereld. De tientallen in het wild levende én sociaal complete kuddes paarden, leveren een schat aan informatie op over hun gedrag en hun rol in het ecosysteem.

Anders dan runderen grazen paarden graas kort, jong gras. De hele zomer door grazen ze kleine weitjes kort, terwijl de rest van het gebied met rust gelaten wordt. Als in de loop van de herfst deze weitjes steeds minder opleveren, gaan de dieren ook elders hun voedsel zoeken. Ze maken dan graag gebruik van het graaswerk van runderen, die de voorkeur geven aan ruiger gewas. De door runderen open gegraasde terreindelen zijn weer voor paarden interessant, een vorm van facilitatie. Een ander verschil met rund is dat paarden planten met antivraatstoffen mijden en de voorkeur geven aan voedselarmer gewas. Hierdoor kunnen ze uitstekende overleven op de arme zandgronden in ons land.

De sociale structuur van kuddes wildlevende paarden wijkt sterk af van die van runderen. Paarden leven in harems met één of meer leidende hengsten en één of meer vrouwelijke dieren. Opgroeiende veulens verlaten allemaal in de loop van hun puberteit de harem en sluiten zich aan bij hengsten- of pubergroepen. Jonge hengsten stoeien veel met elkaar in deze hengstengroepen om zo sterk genoeg te worden en later een harem te kunnen veroveren of verdedigen. In sommige gebieden, zoals in de Oostvaardersplassen, leven grote groepen wilde paarden, soms wel 1000 dieren groot. Maar als je goed kijkt, dan zie je dat ook in deze kuddes elk paard bij zijn eigen harem, hengstengroep of pubergroep hoort.

 Stuur deze pagina door

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Flickr
  • Youtube