Klinkhout

dood hout in de rivier

Op de oevers van onze grote rivieren groeiden vroeger bossen: weelderige ooibossen van eiken, iepen en zwarte populieren, behangen met klimplanten en een thuis voor talrijke zangvogels. Door het afkalven van die oevers storten grote bomen soms in de rivier. Verder dreven afgevallen takken en oude stammen mee met de stroom. Het eerste type hout heet oeverhout, het tweede beddinghout. De verzamelnaam voor al het dode hout langs en in de rivier noemen we Klinkhout. In het kader van het WNF-plan Levende Rivieren werden in de Leeuwense Waard in 1994 oude nevengeulen opengegraven: bij hoogwater meestromende armen van de rivier. Langs die nevengeulen zijn weer bossen ontstaan en kunnen bomen in het water vallen. Hier werden allerlei soorten kriebelmuggen ontdekt ie afhankelijk zijn van klinkhout en die al lang uitgestorven waren gewaand.

‘Filterfeeders’ aan de basis van een heel ecosysteem

Klinkhout biedt aanhechtingsplaatsen voor de larven van eendagsvliegen, dansmuggen, kriebelmuggen en kokerjuffers – de zogeheten filterfeeders. Deze larven klappen waaiers uit waarmee ze langsstromende algen en andere voedseldeeltjes uit het rivierwater filteren. In 1750 leefde tweederde van de insecten langs de Rijn gedurende een bepaalde fase van hun leven op dit Klinkhout, in 1985 was dit percentage tot bijna nul gereduceerd. Jaarlijks werden duizenden stuks hout uit de Rijn en Waal gehaald om de scheepvaart ruim baan te geven. De bossen op de oevers werden gekapt en vervangen door grazige uiterwaarden. Daardoor spoelden algen, die eerder door de insecten-larven uit het water gefilterd werden, ongebruikt naar zee. Tegenwoordig wordt die voedselbron weer meer benut dankzij de onderkenning van de waarde van klinkhout. De insectenlarven zijn op hun beurt het stapelvoedsel voor vele soorten vissen. Van deze visrijkdom kan weer gedineerd worden door tientallen soorten vogels.


Bever leverancier van klinkhout

De terugkeer van de bever levert een grote impuls aan terugkeer van flinke hoeveelheden klinkhout in de uiterwaardplassen. In een gebied als de Millingerwaard is dat overal zichtbaar. Hun knaagwerk staat garant voor duizenden omgeknaagde boompjes die her en der in de moerassen drijven. Daarmee vervult de bever een sleutelrol in het herstel van het zelfreinigend vermogen van het riviersysteem.

 Stuur deze pagina door
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Youtube
  • Flickr