Biodiversiteit van het rivierengebied explodeert
Grootschalig onderzoek toont succes van de EHS
Het aantal zeldzame soorten planten en dieren langs de Nederlandse rivieren is de afgelopen 20 jaar explosief gestegen. Uit een grootschalig recent onderzoek in het kader van het project ‘Rijn in Beeld’ blijkt dat de natuur van het Nederlandse rivierengebied een ongekende vooruitgang heeft doorgemaakt. Dankzij de Ecologische Hoofdstructuur.
Rivierecologen Bart Peters en Gijs Kurstjens hebben voor 15 landelijke organisaties riviergebieden langs Waal, Rijn en IJssel geļnventariseerd. De onderzoekers kennen de situatie van de riviernatuur van eind jaren '80 nog goed en konden mede hierdoor een zeer compleet beeld van de veranderingen reconstrueren. Inmiddels heeft 'Rijn in Beeld' bijna het hele rivierengebied geėvalueerd.
Zeldzame soorten
Niet alleen aansprekende soorten als Bever, Lepelaar, Zwarte wouw en Otter doen het goed, maar ook honderden bedreigde stroomdalplanten (Wilde marjolein, Kleine ruit, Cipreswolfsmelk), veel
kleine zangvogels (Roodborsttapuit, Sprinkhaanzanger), dagvlinders (Bruin blauwtje,
Koninginnepage), libellen (Rivierrombout, Vroege glazenmaker) en veel vissoorten (Rivierprik,
Barbeel, Winde) floreren. De veranderingen zijn zo groot dat het Nederlandse rivierengebied op Europese schaal weer tot de meest bijzondere natuurgebieden kan worden gerekend. Veel in Nederland voorheen uitgestorven soorten zijn inmiddels weer helemaal terug.
Aankoop landbouwgronden in uiterwaarden
De belangrijkste oorzaak van de sterke vooruitgang is volgens Peters en Kurstjens de omzetting van landbouwgronden in natuurgebieden. In veel gevallen kon dat door de aankoop van gronden in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar zeker ook door nieuwe combinaties met
delfstofwinprojecten, hoogwaterprojecten en zelfs stadsontwikkeling. Hierdoor zijn langs de grote
rivieren veel nieuwe natuurgebieden ontstaan. In deze gebieden heeft de natuur zich betrekkelijk
spontaan kunnen herstellen, met bloemrijke graslanden, soortenrijke overstromingsruigtes en
ooibossen als resultaat.
Ook kregen door de aankoop van gronden allerlei dynamische processen, die allesbepalend zijn voor de terugkeer van planten en dieren, de kans zich weer ongestoord voor te doen. Hierbij moet gedacht worden aan de effecten van overstromingen, het optreden grootschalige zand- en grindafzettingen op rivieroevers en de vernatting van terreinen met helder grondwater. De ideeėn zoals in de jaren '80 ontwikkeld in het beroemde 'Plan Ooievaar' blijken in de praktijk nog beter uit te werken dan destijds gedacht.
Kosteneffectief natuurbeheer
De onderzoekers pleiten ervoor de EHS verder uit te bouwen en daarin samenwerking te blijven
zoeken met de delfstofwinning, hoogwaterbestrijding (rivierbeheer), stadsontwikkeling en
recreatie en toerisme. Het koppelen van deze functies met het natuurbeleid leidt tot succesvolle,
maar ook betaalbare resultaten.
Tegelijkertijd blijkt een koppeling met de landbouw helaas moeilijker. Zelfs landbouwgronden
waar met relatief hoge subsidies (agrarische beheerovereenkomsten) een extensiever beheer
wordt gevoerd, laten in het rivierengebied nauwelijks een wezenlijke verbetering van de natuur
zien. "Een iets extensiever agrarisch beheer is eenvoudigweg nog steeds te intensief om planten en dieren voldoende mogelijkheden te bieden," aldus de onderzoekers. Juist het scheiden van
productielandbouw en natuur is langs de grote rivieren de belangrijkste motor achter het
natuurherstel geweest. De onderzoekers pleiten er voor om het natuurgeld effectief te besteden, en in te zetten op de succesformules van de laatste 20 jaar.
Meer informatie op de website van
Rijn In Beeld.











